In Geen categorie

2022 was een goed jaar voor de zeearenden in Nederland en dat was onder andere te zien aan het broedsucces in Koudum. Het paar van Koudum bracht maar liefst drie jongen groot. Dat is bijna uniek, want dit werd in Nederland maar twee keer eerder vastgesteld, in 2014 in de Oostvaardersplassen en in 2015 in de Brabantse Biesbosch. De zeearend is de grootste jagende roofvogel van Europa, met een vleugelspanwijdte van tweeënhalve meter. In het Koudumer Boskje bij Galamadammen nestelen sinds 2017 twee zeearenden. Vanaf 2019 kreeg het Koudumer zeearendenpaar jaarlijks één of twee jongen en in 2022 dus zelfs drie.

Aan het einde van de negentiende eeuw waren zeearenden in veel Europese landen bijna verdwenen als
broedvogel, met name doordat ze bejaagd werden. Wat er aan zeearenden in Europa over was, kreeg de nekslag door het gebruik van pesticiden. Door de inperking van pesticiden aan het eind van de vorige eeuw, begon de bijna geheel verdwenen populatie zeearenden in Europa zich langzaam te herstellen. Zeearenden kwamen in Nederland in de 20e eeuw helemaal niet meer voor, maar waarschijnlijk zwierven zeearenden uit Duitsland in het begin van de 21e eeuw ook naar Nederland, waar in 2006 – in de Oostvaardersplassen – voor het eerst een paartje ging broeden en jongen kreeg.

Na het eerste succesvolle paar in Nederland in 2006 groeide het aantal broedparen jaarlijks, met een record in 2022: 24 nesten werden er dit jaar door de werkgroep Zeearend Nederland geteld, waarvan er 15 succesvol jongen kregen. In totaal vlogen er 23 jongen van de zeearenden uit het nest, waarvan ongeveer een kwart in Friesland: in de Alde Feanen (2), Makkummerwaard (1) en Koudum (3). Er zijn nu 150 tot 200 zeearenden in Nederland. Er liggen wel gevaren op de loer: een enkele keer wordt een zeearend gedood door de wieken van een windmolen en de laatste jaren zijn enkele jongen op het nest overleden omdat ze besmet waren met de vogelgriep. Volwassen vogels lijken daar wel beter tegen bestand.

Nesten van zeearenden moeten met rust gelaten worden. Zelfs de beheerders van de gebieden waar zeearenden nestelen, in Friesland vaak It Fryske Gea, komen zeker in het broedseizoen ook niet in de buurt van een zeearendennest. Hoewel dus niemand dichtbij het nest in Koudum mag komen, is dat vanaf de parkeerplaats bij Galamadammen, op ruim driehonderd meter, redelijk goed te volgen. Daar staan het hele seizoen door vaak fotografen met telelens klaar om foto’s en filmpjes van de Koudumer zeearenden te maken.

Een van hen is Koudumer Albert Draaijer van wie Koudum.nl ook het afgelopen broedseizoen regelmatig foto’s, filmpjes en verhalen plaatste. Begin oktober zette hij op de Facebookpagina van Zeearenden in Nederland nog een fraai laatste filmpje, met het prachtige beeld van de twee volwassen zeearenden die na het succesvol laten uitvliegen van hun drie jongen nu weer samen op het nest zaten. Zijn commenrtaar daarbij:

Zeearenden Koudum: de volwassen zeearenden weer samen op het nest. De drie jongen zijn al weer een tijdje geleden echt de wijde wereld in gevlogen. Rond 5 augustus de eerste twee (vrouwtjes) en ruim een maand later de derde (het mannetje). Het mannetje kreeg nog tot eind augustus prooi van de ouders en peuzelde dit op in het weiland; gelukkig is ook deze vertrokken naar elders. Het is voor dit Koudumer echtpaar een zeer actief jaar geweest om 3 jongen succesvol groot te brengen, petje af hiervoor. Voor mij als filmer en fotograaf van deze zeearenden, was dit seizoen een geweldige ervaring om mee te maken en wil dan ook hierbij iedereen bedanken voor de vele leuke reacties. Geniet van deze opname van zondagmorgen 2 oktober.

Daarbij valt nog te vermelden dat het jonge mannetje eigenlijk te vroeg het nest verlaten heeft en de vraag is of dat vrijwillige gebeurd is of dat hij door zijn twee zusjes het nest uitgewerkt is. Half juni bleken er nog maar twee jongen op het Koudumer nest aanwezig te zijn. De kleinste was verdwenen, al heeft niemand gezien wat er precies gebeurd is. Pas enkele weken later, nadat ook de beide andere jonge zeearenden het nest verlaten hadden, kon Albert Draaijer bevestigen wat hij al dacht: alle drie de jongen zijn nog in leven. Hij had enkele keren een van de ouders met prooi naar beneden zien vliegen, zonder dat te zien was waar die precies heen ging. Waarschijnlijk is de kleinste jonge zeearend te vroeg uit het nest gevallen (of geduwd) en beneden in de struiken of op een lage tak terecht gekomen. Daar is het door de ouders blijkbaar keurig gevoed, uit het zicht van de camera’s.