In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 11 maart 2017

Man van het water

Hoe gaat het? Het gaat nu goed, antwoordt hij, maar het komt niet goed. En wilt u dan mijn uitvaartdienst leiden? Als een kapitein tijdens zijn laatste reis, zo tref ik hem op bed; rustig en moedig.

Hoe wilt u dat we afscheid van u nemen? Hij kijkt uit het raam, denkt even na en neemt dan vast zijn roer ter hand: Hier, in onze kerk. Met een kerkdienst die over het water gaat. Lange tijd ben ik thuis geweest op Urk. Mijn leven is niet over rozen gegaan, maar over het water.

Dan vertelt hij over zijn werk als sleepbootkapitein. Nou ja, zijn werk – het is zijn leven geweest. Kranen verplaatsen en boten slepen over het spiegelend meer. Schepen bergen en mensen redden in vliegende storm.

Waar moet de preek over gaan? Hij grijpt zijn bijbeltje. Vaste plaats naast hem, zie ik wel. De bijbel van een man van het water die thuis is op Urk. Eén die werkelijk gelezen is. Met briefjes, papiertjes en aantekeningen. En bruine randen op de hoeken van de veelgelezen bladzijden. Zo’n bijbel waar je je leven mee deelt.

We vinden samen het Bijbelverhaal van Jezus in de storm: over golven die hoog gaan, over mannen van het water die vrezen en over Jezus die de storm stilt. In alle rust. Dat kan niet anders, begrijp ik van deze man van het water. Wil je gaande blijven en varende in de golven, dan heb je, diep in jezelf, rust nodig.

Dan vertelt hij over de stormen in zijn persoonlijk leven. Zijn huwelijk, zijn scheiding, een nieuwe vriendin – hoe gelukkig hij is geweest met haar en met haar kinderen. En hoe op Urk vervolgens de golven hoog zijn gegaan. Diep in hemzelf vooral. Ik ben, vertelt hij, in zonden ontvangen en geboren. De rest moet ik aan God overlaten.

Wat ik zelf van het water weet, is dat het water het hoogst opgezweept wordt als de wind de ene kant op staat, en de stroom de andere. Wind tegen stroom, dat is het moeilijkst.

In die woelingen is deze man van het water terechtgekomen: de Urker stroom van een doorleefd geloof. Zijn oprechte overtuiging over wat goed is in Gods ogen en wat niet, botste op de wind van het leven: de dingen die een mens komen aanwaaien. De goede en de kwade dagen, die gaan zoals ze gaan, en komen zoals ze komen.

Daar is dus de preek over gegaan. Over wind tegen stroom. En over de laatste storm in zijn leven waarin hij het roer van zijn schip heeft overgegeven aan de enige man van het water die kon wat hijzelf niet kon: de storm van het leven stillen.

Die met ons uitvaart, en ons thuisbrengt achter gindse horizon. Met ‘als op ’s levenszee de stormwind om u loeit’, hebben we hem toen weggebracht.