In Geen categorie

Notabel

Ooit hoorde ik bij de notabelen van ons dorp. Samen met de huisdokter, de veearts, het hoofd der school en de politie-inspecteur werd de dominee veertig jaar geleden gezien als iemand in de gemeenschap die gezag en gewicht had. Dat was voor mij wennen, want ik kwam als dominee net kijken. Achtentwintig was ik en moest nog veel leren. Gelukkig waren er oudere en wijzere mensen om me heen die mij mild, tactisch én duidelijk de goede weg wezen.

Daarbij heb ik veel geleerd van mijn mede-notabelen, die mij op de meest onverwachte momenten en plaatsen te hulp schoten. Zo herinner ik mij de wijze raad van de huisarts en de politie-inspecteur onder de douche in de sporthal, hoe ik een lastige situatie kon oplossen. Inmiddels is dat allemaal veranderd. Er woont in ons dorp geen huisarts meer die in onze praktijk werkt en ook geen schooldirecteur. Onze wijkagent komt uit de stad, en de dominees zijn uit ons dorp vertrokken. Ons dorp is door de notabelen verlaten.

Onlangs ben ik ineens weer notabel geworden. Dat zit zo: Mijn vrouw zit in de kerkenraad en er was een tekort aan gemeenteleden die voor de jaarlijks geldwervingsactie Kerkbalans brieven naar onze leden wilden brengen, en de toezeggingen een week later weer ophalen. Onze kerk rust tegenwoordig voor een groot deel op de schouders van vrouwen, en met enkele vrouwelijke mede-kerkenraadsleden smeedde mijn vrouw het plan de eigen echtgenoten te vragen ook ‘een wijk Kerkbalans’ te verzorgen.

Zo zat ik een week later met enkele collega-kerkenraadspartners in ons kerkelijk centrum achter een bord erwtensoep bij de startbijeenkomst van de Actie Kerkbalans. Onder de maaltijd werden alle vrijwilligers geïnstrueerd en zo is mijn kerkelijke postbode-arbeid begonnen. “Dat heet geen kerkelijke postbode”, vertelde een kerkbalans-vrijwilliger met ervaring, “dat heet notabel.”Er ging mij een licht op. Vroeger had elke kerk een ‘college van notabelen’, dat toezicht hield op het kerkbeheer. Daarin zaten de notabelen van het dorp, de mannen van statuur.

Toen die colleges zijn verdwenen, bewaarde men de naam notabelen voor hulpkrachten die zo nu en dan een klusje wilden doen. Onder andere het verzorgen van de Actie Kerkbalans. Nu behoor ik dus ook tot dit college. Sindsdien noemt mijn vrouw mij ‘notabeel’, ik groei. Wel zag ik een beetje tegen kerkbalans lopen op. Tegen moeilijke gesprekken aan deur over de kerk die je alleen maar ziet als er geld nodig is. Tegen de vraag ‘waarom ben ik nog als kerklid ingeschreven?’. Tegen drie, vier keer onverrichterzake bij mensen weggaan en moeten terugkomen.

Niets van dat alles kwam uit. Als kersverse notabel werd ik door iedereen vriendelijk begroet, bijna iedereen had de antwoordenveloppe voor me klaargelegd, en ik heb meerdere goede en gezellige gesprekken gehad aan de deur en in de gang. Deze manier van notabel zijn is minstens zo leuk als die van veertig jaar geleden.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 31 januari 2026. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).