Koudum, 20 oktober 2026 – door Ulfert de Jong – De ondergrondse uit Koudum heeft aan het eind van de oorlog de brug op de Galamadammen met een springlading beschadigd. Mij triggerde de vraag hoe brugwachter en kastelein Jan de Bos het draaien van de brug na 17 april 1945 weer heeft opgepakt. Gelukkig werd door archiefonderzoek duidelijk hoe de zaak weer is opgestart. Hij blijkt hulp gehad te hebben van twee extra brugwachters. Er ontstonden echter problemen over wie deze extra arbeidskrachten moest betalen.

Ik begin met een brief van de directeur gemeentewerken Uilke Visser:
Aan Heeren Burgemeester en Wethouders van H.O. en N. te Koudum.
Koudum 3 Dec. 1945 den links boven: Brug Galamadammen.
Toen de brug te Galamadammen door oorlogshandelingen onklaar werd gemaakt, de scheepvaart na de bevrijding druk was voor de voedselvoorziening naar het westen van het land, heeft de Burgemeester mij opgedragen twee mensen aan te wijzen n.l. T.Huizinga en Jan de Jong beiden te Galamadammen, dat dezen de brugwachter J. de Bos moesten helpen voor het draaien van de brug. [En dan begint het gedonder]. Eerder had J. de Bos me al gevraagd om hulp, maar daar ging ik niet op in. Nooit heb ik het opgevat, dat de gemeente deze menschen moest betalen, immers de brug was door oorlogshandelingen onklaar. Rijkswaterstaat moest de brug laten herstellen, ook deze kosten van hulp afd brugwachters was oorlogsschade. [Uilke Visser vergeet een ding: degene die opdracht geeft voor werkzaamheden moet betalen, zo staat in de wet.] Ik gaf in die dagen, in het belang van de scheepvaart, ook orders aan de timmerlieden te Warns stokken te plaatsen, langs de vaargeul, omdat de tonnen niet goed lagen. De Provinciale opzichter Sollaart te Joure heeft me later bedankt voor de bewezen dienst en vroeg de nota te zenden aan de Provinciale Waterstaat. [Bouwbedrijf Wed. H. de Jong uit Koudum voerde herstelwerkzaamheden, wegens oorlogsschade uit, aan de brug van Warns.] De timmerman S. H. de Jong [dat moet mijn vader zijn] heeft de uren genoteerd voor T. Huizinga en Jan de Jong ieder 14 dagen 16 uren à 50 cent is f. 112 voor ieder of in totaal f. 224,00. Dit bedrag moeten die menschen hebben, ik meen dat Rijkswaterstaat het moet betalen als behorende bij de oorlogsschade van de brug te Galamadammen. Wij kunnen toch geen aanvraag voor oorlogsschade voor dit geval indienen.
De directeur U. Visser.
T. Huizinga, één van deze hulpbrugwachters te Galamadammen, schrijft op 12 november 1945 een eerste brief.
M ! Mede namens mijn buurman J. de Jong verzoeken wij U ten spoedigst uitbetaling van de in april/mei j.l. verdiende lonen bij de brug (2 hulp Brugwachters). Zoo langzamerhand is ’t nu al over een half jaar geleden en zijn wij van het kastje naar de muur gestuurd. Van Rijkswaterstaat (Hoofdingenieur) hoorde ik gisteren, dat U de aangewezen persoon was om dit te betalen. Mag ik op Uw medewerking rekenen opdat deze week het ons toekomende kan worden voldaan.
In afwachting,
Hoogachtend T. Huizinga.

Na ontvangst van de brief klimt de directeur gemeentewerken U. Visser diezelfde dag nog in de pen. Hij denkt waarschijnlijk: hoe los ik dit op? En komt tot de conclusie dat hij het volgens goed ambtelijk gebruik moet doorschuiven naar een andere overheidsinstantie. Maar één en ander gaat wel over de ruggen van twee hardwerkende arbeiders.
Hieronder volgt de brief van Visser, met de hand geschreven op briefpapier van de Gemeentewerken H.O. en N. te Koudum met de datum 12 november 1945. De brief bevat wel wat kromme formuleringen.
Weleerwaarde heer, [ook in 1945 geen gebruikelijke manier om een burgemeester aan te schrijven]
Het is niet billijk, dat T. Huizinga en J. de Jong voor de hulp verleend bij het brugdraaien te Galamadammen toen de brug stuk was, nu nog geen beloning hebben ontvangen. Alhoewel de Gemeente, bij het opheffen van de tol, op zich van één brugwachter te betalen, is het van Rijks Waterstaat onbillijk nu tijdelijke hulp, die noodig was omdat de brug onklaar was, door de gemeente te willen laten betalen. Ik adviseer U, aan Waterstaat te berichten, dat het niet op weg van de Gemeente ligt deze twee menschen te betalen. T. Huizinga zou van dit bericht mededeling kunnen krijgen. Hetwelk doende, en ondertekening U. Visser.
Onderaan de brief staat nog: Den Heer Burgemeester H.O.N. te Koudum.
T. Huizinga uit Koudum/Galamadammen schrijft op 29 november 1945 opnieuw aan de burgemeester. Hoewel ik niet alle brieven die nog volgen integraal zal weergeven, noteer ik dit juweeltje wel helemaal. Ook de burgemeester doet mee aan het afschuifsysteem en Uilke Visser van Gemeentewerken speelt het spel met verve mee. Hieronder de tweede brief van Huizinga aan de Directeur Gemeentewerken Uilke Visser.
T. Huizinga Koudum Galamadammen 29/11 45
WelEd.Heer, Daar het met de betaling, als hulp Brugwachters, niet wil vlotten, heb ik den Burgemeester gevraagd. Deze gaf me de raad mijn advocaat om advies te vrage , ’t geen ik deed. Deze verzocht mij U te vragen om een schriftelijke verklaring aangaande de opdracht, opdat wij daarmede bij den RijksWaterstaat het ons toekomende kunnen innen. Zou U ons in dezen behulpzaam willen zijn ? T’Zal ons aangenaam zijn, indien wij p. omgaand even bedoelde verklaring mogen ontvangen. Bij voorbaat dank Hoogachtend J. Huizinga p/o de Jong.
Links onderaan de brief staat geschreven:
Ik kan geen bewijzen afgeven. U. [Uilke Visser]
En dat klopt feitelijk ook, want Uilke Visser gaf in opdracht van de burgemeester een mondelinge opdracht aan beide mannen. Maar de gemeente geeft zich nog niet gewonnen en schrijft een brief aan Rijkswaterstaat.
Aan den heer Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat te Leeuwarden.
Koudum, den 7 December 1945 [ingekorte versie]
Het zal U bekend zijn, dat in de laatste dagen van de bezetting de brug te Galamadammen ten gevolge van handelingen zoodanig was beschadigd, dat de brugwachter De Bos deze brug gedurende enkele weken onmogelijk alleen kon draaien. Tot heden hebben de personen, die deze assistentie hebben verleend, hiervoor geen beloning ontvangen. Wij verwachten dan ook, dat het Rijk de loonen van de twee arbeiders, die den brugwachter De Bos enkele weken hebben bijgestaan, alsnog voor zijn rekening zijn.
De brief is ondertekend door de loco-burgemeester D. H. de Jong en de gemeentesecretaris. Rijkswaterstaat schrijft op 26 januari 1946 een brief terug, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.
Koudum Slaperdijk. Galamadammen. Belooning hulparbeiders bij bediening van de brug.
In antwoord op Uw terzijde vermeld schrijven deel ik U mede, dat de Gemeente H.O.N. ingevolge het bepaalde onder II van de overeenkomst van 27 februari 1942, inzake het opheffen van het recht tot tolheffing aan de Galamadammen, moet zorgdragen voor een behoorlijke bediening van de brug, van de beide keersluizen en van het ontsteken en uitdoven van de verlichting. Deze verplichting is in de overeenkomst opgenomen zonder eenig voorbehoud wat betreft de draaibaarheid van de brug. De brug, die door oorlogshandelingen was beschadigd, is door het Rijk onverwijld weer hersteld, zoodat het Rijk te dien aanzien op generlei wijze in gebreke is gebleven. Naar mijn meening moeten dus ook de arbeiders, die door den burgemeester zijn aangesteld om den brugwachter te helpen bij het draaien van de brug Galamadammen, door de Gemeente H.O.N. worden betaald.
De Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat

Ondanks het feit dat de tolovereenkomst op 27 februari 1942 is afgesloten, waarbij de familie Van Spenger, te weten mevrouw douairriere jhr. G.A.J. van Spengler-Van Bosse, wonende te Heelsum, haar tolrecht verkoopt aan het Rijk, dient zij als eigenaar van de Galamadammen er wel voor te zorgen dat de brug gedraaid wordt. Zij ontvangt hiervoor een jaarlijks geldbedrag. Op haar beurt besteedt zij dit uit aan cafébaas Jan de Bos. Maar wie is eindverantwoordelijk als de brug door oorlogsschade bijna niet te draaien is? De acte van 27 februari 1942, opgemaakt door notaris T. Sluis uit Koudum betreffende de ‘Afkoop en Opheffing van tollen te Galamadammen’, waar Rijkswaterstaat naar verwijst, geeft geen duidelijk antwoord op draaiplicht bij brugschade. Toch onderneemt Gemeente H.O. en N. een laatste poging en schrijft op 20 februari 1946 de volgende brief:
Aan: Mevr. douairière Jhr. G.A.J van Spengler, geb. Bosse te
Heelsum. Onderwerp: Bedieningskosten brug Galamadammen.
Uit bijgaande correspondentie moge u blijken, dat de Hoofdingenieur van den Rijkswaterstaat te Leeuwarden de extra kosten van bediening van de brug te Galamadammen in de eerste dagen van de bevrijding niet voor rekening van het Rijk wenscht te nemen. De hoofdingenieur beroept zich daarbij op het bepaalde onder II van de bekende overeenkomst van 27 Februari 1942, inzake het opheffen van het recht van tolheffing aan de Galamadammen. Op grond van dezelfde overeenkomst en wel ingevolgde het bepaalde onder V, waarbij de huurder van Galamadammen met de bediening is belast, verzoeken wij U thans de arbeiders, die indertijd den brugwachter hebben geholpen, te betalen.
B. & W. geven nog wel een hint:
Vrij zeker kunt U deze loonen nog als bezettingschade van het Rijk terugvorderen.
De brief is ondertekend door de locoburgemeester D. H. de Jong en de secretaris. Al gauw komt er een antwoord:
Heelsum den 2 III ‘46
Aan B.&W. Van H.O. en N. [ingekort]
ln antwoord op Uw schrijven No: 377 van 20 Feb.’46 [brief is ingekort]
Bij haar terugkomst is de tijd (volgens wat ons wordt medegedeeld was dit tot n.l. 1 Mrt) om bezettingsschade op te geven verstreken. Daar niet alleen ‘t bezit van Mevr. v. S te Koudum (Galamadammen) maar ook haar bezit in Heelsum zeer van oorlogsschade heeft geleden en o.a. het betrokken, door u aangehaalde contract van 27.2.42 niet meer aanwezig is, kunnen wij niet nagaan of onder V (t No dat U aanhaalt) bepaald wordt dat de huurder v. Galamadammen ook met de bediening is belast bij (door) oorlogsovermacht (ontstane averij). Het lijkt mij niet juist dit aan te nemen. En een aansprakelijkstelling dat hij niet heeft verhinderd dat de binnenl. Strijdkr. de brug uit de voegen hebben gelicht en dat de Duitsche Weermacht het veerhuis heeft afgebrand. Niettemin zal Mevr. v. S. niet nalaten alsnog de bepalingen te bestuderen en mocht blijken dat de gem. na +/- 11 maand bij haar aan het juiste adres is, voor namens de gemeente gelaste oorlogsreparatie werkzaamheden, hierop nader terugkomen. Indien U meent dat Mevr. v. S. die kosten beter dan de gemeente als bezettingsschade kan terug vorderen, zoudt U mij misschien de door u aangewezen arb. kunnen betalen en Mevr. v. Sp. de rekening kunnen sturen waarbij Mevr. dit voorbehoud bedingt dat zoo het Rijk haar het bedrag niet als bezetingsschade terug mocht willen betalen zij het niet aan de gemeente zal doen, zoodat zij dit eerst af zal wachten.
Hoogachtend namens Douairière Van Spengler C.R. van Vloten.
Iets lager staat dan nog: Gelezen A.P. v. Spengler v.d. Bosse. Opeens duikt de naam C.R. van Vloten op. Volgens mij heeft Jan de Bos de grond van het hotel gekocht van de Van Spenglers en aan het eind van zijn leven weer doorverkocht aan de familie Van Vloten. Bij de ondertekening van de verkoopacte van de tol was hij ook al aanwezig, als lasthebber van mevrouw Alida Philippina van Bosse, douairière Jonkheer Gerardus Assuerus Johannes van Spengler.
In maart 1946 stelt Directeur Gemeentewerken Uilke Visser een handgeschreven nota op voor Van Bosse A.Ph. douairière Jhr G.A.J. van Spengler te Heelsum. Daarin staat de zin: Wegens voor U uitgegeven voorschotten, op verzoek van J. de Bos brugwachter te Galamadammen namens U a fol Burgemeester, Dir. van Gemeentewerken gedaan voor het draaien van de, door de N.B.S. defect gemaakte draaibrug te Galamadammen in de tweede helft van April begin mei 1946.
Wij kunnen hieruit opmaken dat het de gemeente toch te gortig werd om de hulpbrugwachters niet te betalen. De Gemeente put wat hoop uit de brief van douairière Van Bosse J. van Spengler, dat zij de nota zal betalen. Maar deze jonkvrouw bedong wel een fors voorbehoud. Ik heb niet kunnen nagaan hoe het tussen de beide partijen is afgelopen.
De foto boven dit artikel en de foto van Jan de Bos op de fiets komen van de pagina over Jan de Bos op de website van Histoarysk Koudum: Jan de Bos brugwachter en herbergier Galamadammen.
van Zuidwest Friesland
