In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 18 februari 2017

Geen kinderen

Hij was inmiddels 87, niet meer goed ter been en nog altijd een goede prater. Eén keer per jaar, zo na zijn verjaardag, zocht ik hem op. In de kerk had ik hem alleen gezien bij de uitvaart van zijn lieve vrouw, maar verder kwam hij daar niet. “Er zomaar bij gebleven, zo gaan die dingen, dominee.”

Op een zondagmorgen was hij ineens in de kerk. En omdat ik mijn nieuwsgierigheid niet tot na zijn verjaardag kon bedwingen, zocht ik hem die week op. “Ah”, zei hij, “u houdt uw schaapjes goed in de gaten; dat ik in de kerk zat, was per ongeluk.

Om een uur of tien ga ik altijd even biljarten in het bejaardenhuis hier om de hoek. Afgelopen zondag echter was ik een half uur vroeger. Ik liep mijn huisje uit en achter me kwam een nogal kerks echtpaar uit de buurt, dat dezelfde kant uitging. Reuze vriendelijke mensen.

“Wacht maar even, wij geven u wel even een arm.” En voor ik het wist liep ik stevig tussen hen ingeklemd de kerkdeur binnen. Ik durfde niet te zeggen dat ik eigenlijk op weg was naar het biljarten.

Wel even wennen in de kerk. Nieuwe versjes, moderne Bijbelvertaling. Uw preek is met een kwartier al klaar. De mensen zitten onder de collecte gezellig met elkaar te praten. Dat moesten wij vroeger als jongvolk boven op de kreake niet wagen.

En u had even een gesprekje met de kinderen. Dat vind ík nou mooi. Van dat grut dat spontaan dingen zegt die je uit de mond van de grote kerkgangers niet zult horen. Spontaan zijn die kleintjes. Kinderen zijn eigenlijk heel bijzonder.

Mijn vrouw en ik hebben nooit kinderen gehad. Weet u, ‘geen kinderen’ is een groot verdriet. Daar hebben wij mee leren omgaan. Vonden tijd en gelegenheid om andere dingen te doen. Ach ja, we hadden een druk leven.

Maar dan kom je in de rustige leeftijd en voel je dat je ook geen kleinkinderen hebt. En de pakes en beppes en opa’s en oma’s zitten altijd om je heen over hun kleinkinderen te praten. Ik begrijp heus wel hoe belangrijk het voor hen is. Maar zij snappen niet altijd hoe lastig dat soms voor jou is. Er even bij stilstaan, dat zou al helpen.”

We hebben samen toen anderhalf uur zitten te praten. Over ‘geen kinderen’. En over de zin van het leven. Nou ja praten; ik heb vooral geluisterd. En zijn vragen beantwoord over kinderen in de kerk, over kinderdiensten, met basisschool en zondagsschool.

Sinds hij per ongeluk in de kerk belandde, heb ik hem niet meer in de kerkdiensten gezien. Niet in de gewone diensten tenminste. Maar in iedere kinderdienst was hij er weer. En wanneer ik dan bad voor de mensen die geen kinderen hebben gekregen, kneep hij bij de uitgang even stevig in mijn hand.