In Morfeus’ armen
In deze krant lees ik een boeiend artikel over slapen. Over niet kunnen slapen eigenlijk. ‘De slaap is de enige vriend die niet komt als je hem roept.’
Van niet kunnen slapen heb ik in de eerste helft van mijn leven weinig last gehad. Geen tentamen of examen, geen verantwoordelijke baan of functie kon mij uit de slaap houden. Ik sliep als een roos. En de zorg en stress die op mijn nachtkastje lagen pikte ik de volgende morgen wel weer op. ‘Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.’
Dat is de tweede helft van mijn leven anders geworden. Wanneer de natuur roept en ik van bed af moet, kan ik soms de slaap niet meer vatten. Dan marcheren er zomaar gedachten mijn hoofd binnen en lig ik daarover na te denken. En als het ernstig is, tob ik er zelfs over.
Van hersen-professor Erik Scherder heb ik geleerd dat ik dan het beste even kan gaan lezen of zo. ‘Van even wat anders doen, wordt het stukje brein dat kan relativeren en oplossingen aandragen ook wakker. Dan wandelen de problemen vanzelf je bed weer uit.’
Dat doe ik met succes. En het heeft als voordeel dat ik nu meer lees dan vroeger. Maar het kost ook nachtelijke uren slaap en die heb ik nodig om mij overdag fit te voelen. Vandaar dat ik het artikel over slaap deze week in deze krant met belangstelling lees.
Wat ik begrijp is dat ik niet zo moeilijk moet doen over ‘niet kunnen slapen’. De oermens sliep ook geen acht uren achter elkaar. Zo’n gemeenschap had avondmensen, vroege vogels en nachtuilen. Die hielden in hun wakkere momenten de wacht over de rest.
Wat ik vooral niet moet doen, is er gestrest over raken. Steeds op de klok kijken bijvoorbeeld. ‘Onderzoek toont aan dat wie op de nachtelijke klok kijkt, er gemiddeld 25 minuten langer over doet weer in slaap te komen dan wie zich gewoon bij de doorwaakte tijd neerlegt.’
Misschien, denk ik, is dat wel de sleutel tot omgaan met doorwaakte uren. Mij erbij neerleggen. Mijn gedachten laten dwarrelen, een stukje lezen als ik daar zin in heb, en daar plezier in hebben. Maar niet luidkeels roepen om de vriend die nu even niet komt.
Voor de oude Grieken was die vriend een god, Morfeus. Gaan slapen was je neerleggen in Morfeus’ armen. Loslaten, laten gaan, jezelf toevertrouwen. Mij schiet de psalm te binnen die het ook in die richting zoekt: ‘Hij geeft het zijn beminden in de slaap’.
Er zijn nu eenmaal dingen die je maar beter kunt overgeven. Overgeven aan goede machten. Vooral de dingen die soms komen in de nacht.
In goede machten liefderijk geborgen,
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.
(Dietrich Bonhoeffer, 1944)
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 17 januari 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).
van Zuidwest Friesland
