In Geen categorie

Beluiden

Het leven in onze tuin barst uit zijn voegen, dus moet er geschoffeld worden. Wanneer ik even tijd heb, wijd ik mij aan het gras dat weelderig groeit onder de buxushaag. Dan hoor ik de kerkklok.

Het is drie uur, ik spits de oren. Eerst de kleine klok, en na een aantal slagen valt de grote in: er is een vrouw overleden. Dat is de code waarmee onze dorpsbewoners met elkaar delen dat één van hen gestorven is.

In de jaren dat ik hier dominee was, wist ik wie de overledene was. En zo niet, dan was de koster wel op de hoogte. Mijn laatste hoop was onze buurvrouw die sinds jaar en dag de klok bediende.

Inmiddels heeft zij haar taak overgedragen, is er geen koster meer in dienst, en ben ik niet langer de plaatselijke herder in ons dorp. Toch wil ik graag weten wie de gestorvene is. Ik moet het nu hebben van een gesprek bij de bakker of de kassa van de supermarkt.

Dat is de plek waar wij in ons dorp praten over de dingen en de mensen die ons aan het hart gaan. Wij leven met elkaar mee, ook als de dood zijn intrede doet. Voor de kerkdeur staat straks bij de afscheidsdienst een lange rij mensen om deelneming te betuigen.

In ons dorp horen dood en verdriet nog bij het leven. Dus luidt het dorp de klok, gaat naar de rouwdienst, en doet een kaart in de brievenbus van de rouwenden om het meeleven te laten voelen.

In stedelijke gebieden zie ik hoe de dood is verschoven uit het hart van de gemeenschap naar een rouwcentrum aan de rand van de stad. In het dorp leven kerk en klok en dood midden tussen de mensen. Onze gestorvenen zijn en blijven ‘een van ons’. 

Zij worden ook niet herdacht als heel ‘bijzondere’ mensen. Onze gestorven zijn gewoon dorpsgenoten als alle andere. Het dorp aanvaardde hen zoals zij waren, herdenkt hun eigenheden, hun aardigheden en hun eigenaardigheden, en gedenkt evenzeer de goede als de minder goede kanten. Bij ons lees je ook zelden een rouwadvertentie waarin staat dat het overlijden van een dierbare ‘oneerlijk is’. Sterven is niet oneerlijk, vindt het dorp, sterven ‘is’.

Een kwartier na drieën zwijgen de klokken en schoffel ik verder. Terwijl ik het onkruid tussen de buxusplanten vandaan hark, denk ik even aan mijn eigen dood. Zo zal de klok luiden wanneer ik zelf ben heengegaan. De grote klok zal beginnen, de kleine invallen. “Heb je het al gehoord?”,  zullen ze bij de bakker zeggen.

Zo ervaart het dorp het leven en de dood. En aanvaardt het ook, met alle verdriet die daarbij hoort. Prediker zegt: ‘Een mens gaat naar zijn eeuwig huis, een klaagzang vult de straat’. Op z’n dorps: Eén van ons sterft, zo is het leven, en wij luiden de klokken.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 4 mei 2019. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant)