In Geen categorie

Geen huis

Ons huis wordt deze weken van boven tot onder geschilderd. Geen overbodige luxe na twintig jaar. Frisse kleur op de muren, kozijnen en deuren weer als nieuw, het gaat er prachtig uitzien. Zo mooi was het nog nooit.

Alles komt van zijn plaats en alles gaat door je handen. Dus zijn wij meteen ook maar driftig aan het ‘ontspullen’ geslagen: overbodige boeken, cd’s, serviesgoed, papieren, kleren en wat niet al hebben we het huis uit gedaan. Heerlijk, dat ruimt op.

Tot zover het goede nieuws. Al wekenlang kamperen wij in eigen huis. Ergens onder de hanenbalken in een kamertje waar we eten, werken en slapen kunnen. Lekker op de bank televisie kijken is er niet meer bij, enkel twee keukenstoelen om koffie te drinken.

De schilder doet zijn werk ondertussen grondig: hij saust en schildert niet alleen, hij moet ook schuren. En plamuren, en schuren, en wat aansmeren, en schuren, en gronden en dan weer schuren. Overal ligt het stof, wat een ellende.

Inmiddels heb ik alle lampen van de plafonds gehaald, en ben naar de doe-het-zelfwinkel gegaan om kleine peertjes te kopen, zodat we ’s avonds niet geheel in het donker zitten. “U bedoelt verhuisfittingen” zei de winkelman. Inderdaad, zo voelt het: verhuizen.

Met vrees en beven denk ik wel eens terug aan de keren dat wij verhuisd zijn. Ons oude huis afgebroken, en het nieuwe nog in het geheel niet bewoonbaar. Tussen twee huizen even ontheemd.

In de kerk vieren we de veertigdagentijd en opeens voelen de verhalen over het volk Israël dat veertig jaar in de woestijn ronddwaalde een beetje als mijn eigen veertig dagen: geen huis meer, geen nest, geen vertrouwde eigen plek. Hoeveel ‘veertig’ is weet ik nu ook: veel te lang.

Wat een luxe. Een warm en veilig huis hebben. En je even ontheemd voelen, omdat de schilder het nog mooier maakt dan het al is. In Syrië, en Irak, en op al die plaatsen in de wereld waar hele volksstammen van huis en haard zijn verdreven, zouden ze er blij mee zijn.

Wat een ellende moet dat zijn. Je huis in puin geschoten, geen bank meer om televisie te kijken, geen keukenstoel om koffie op te drinken. Geen school voor je kinderen, geen werkplaats om je brood mee te verdienen, geen doe-het-zelfwinkel om de hoek. Het schijnt dat de halve bevolking van Syrië binnen of buiten eigen land op de vlucht is.

Niet alleen mijn gedachten gaan uit naar de vluchtelingen langs de wegen van de wereld, of in tentenkampen groter dan onze provinciehoofdstad – in weer en wind. Vluchtelingen zijn van alle tijden. Destijds zijn de gedachten van Jezus Christus ook naar deze mensen uitgegaan.

“De vossen hebben holen, en de vogels nesten, maar er is geen plek om het hoofd neer te leggen.” Voorgoed geen huis, geen eigen plaats, lieve mensen, dat is pas ellende.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 30 maart 2019. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant)