In Geen categorie

Heilige Titus Brandsma

Rome zal hem vanaf morgen kennen als de Heilige Titus Brandsma. Bolsward leerde hem in 1881 kennen als Anno Sjoerd, geboren en getogen op één van de drie boerderijen die samen de buurtschap Oegeklooster vormen, even ten noordoosten van de stad.

Daar heeft hij zijn jongensjaren doorgebracht. Heeft hij in de hooiberg geravot, door de weilanden gestruind, eieren gezocht en gefierljept. Daar heeft hij misschien onheilig op zijn falie gekregen nadat hij voor de zoveelste keer in de sloot was beland.

Later heeft hij mede It Fryske Gea opgericht, en is bestuurslid geweest van deze natuurbeschermingsorganisatie. Maar de Heilige Titus Brandsma is ooit gewoon met de beide voeten in de Bolswarder klei begonnen. Daar heeft hij zijn liefde voor de natuur en het Friese landschap opgedaan.

Het grootste deel van zijn leven woonde Pater Titus – hij nam als kloosterling de naam van zijn vader aan – buiten Friesland. Daar bleven de Friese taal en cultuur hem lief. Hij ijverde succesvol voor het onderwijs in het Fries op de lagere scholen. En was medeoprichter en bestuurslid van de Fryske Akademy.

Titus Brandsma had een kwetsbaar lichaam, maar een sterke geest. Al vier jaar voor de oorlog waarschuwde hij als wetenschapper en journalist tegen het nationaalsocialisme en de rassenwetten die met name de Joden achterstelden.

In de oorlog was hij persofficier van kardinaal De Jong, en bezwoer hij de katholieke kranten en bladen de verplichte nazi- en NSB-propaganda niet in hun kolommen op te nemen. Zijn scherpe kritiek en moedig verzet veroorzaakten zijn arrestatie begin 1942.

Ook in gevangenissen en concentratiekampen behield hij zijn waardigheid en ging zijn medegevangenen voor in menselijkheid en vroomheid. Hij troostte zijn lotgenoten, sprak hen moed in, en bleef ook vriendelijk tegen de kampbewaarders.

In het Kamp Amersfoort kreeg hij een band met de jonge gereformeerde predikant Johannes Kapteyn. Letterlijk zelfs, want met de polsen aan elkaar geketend werden zij beiden naar concentratiekamp Dachau overgebracht. Titus kreeg nummer 30492, Johannes 30493.

Beiden overleefden zij Dachau niet. In de zomer van 1942 overleden zij kort na elkaar aan de ontberingen van het kampleven. Van Titus wordt verteld hoe hij de hostie in zijn brillenkoker meesmokkelde en uitdeelde. Van Johannes hoe hij troost vond in de catechismusvraag ‘Wat is uw enige troost in leven en in sterven?’. Ik hoop dat zij elkaar met heilige hostie en Heidelbergse catechismus hebben kunnen bemoedigen.

Over ‘Heiligenlevens’ kan ik als dominee weinig zeggen. Maar het leven waarmee Titus ons voorging is mij heilig. Een Godsmens die zich, met voorbijzien aan eigen leven, verzette tegen het onrecht dat mensen elkaar aandoen. En een mensenmens die medemensen bemoedigde in hun lijden.

Morgen, bij het stil gebed in de kerk, zal ik Titus voor God gedenken. En ook even de naam van zijn vriend Johannes Kapteyn voor Gods aangezicht neerleggen. Moge hun nagedachtenis ons tot een zegen zijn.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 14 mei 2022. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).