In Geen categorie

Mooi oud

Na afloop van de begrafenis kom ik aan de koffie naast een oudere dame te zitten. We hebben het over ‘code oranje vandaag’. Dat ik bang was dat het ingesneeuwde kerkhofje diep in het boerenland niet te bereiken zou zijn. En hoe het allemaal toch gelukt is.

“Ach”, reageert ze “iedereen maakt tegenwoordig een hele toestand van de sneeuw. Ik heb ruim tachtig jaar winters, sneeuw en gladheid meegemaakt. We hebben het altijd gered. Met gewoon rustig blijven en voorzichtig zijn, en een beetje improviseren. Maar mijn man kon vandaag niet meekomen. Hij loopt met een stok, dus het wordt niks met die gladheid. En mijn zoon durfde het ook niet aan om met dit weeralarm te komen.” We zijn met z’n allen in deze tijd bevreesde mensen geworden, zie ik haar denken.

“Bent u familie?” vraag ik, terwijl het eerste kopje wordt ingeschonken. Zij antwoordt: “Ik ben een jongere zus van de overledene. Wij waren met acht kinderen vroeger”, en ze wijst op een oudere heer aan de overkant van de tafel, “nu zijn mijn broer en ik alleen nog over. Mijn man is al weer jaren geleden overleden.” Op mijn vragende blik gaat ze verder: “Inmiddels ben ik weer getrouwd, ik bedoelde zojuist mijn tweede man.” “Wat bijzonder dat u op uw leeftijd weer getrouwd bent”, zeg ik. “Hoe oud was u toen u voor de tweede keer trouwde?”

Ze antwoordt: “Vierentachtig. Ik zeg altijd bij mezelf: Het is me gegeven.” Terwijl haar ogen een beetje meer beginnen te twinkelen, vervolgt ze: “Ik heb het met beide handen aangegrepen en leuk dat het is! Maar vertelt u zelf eens, u hebt een vrouw, kinderen en kleinkinderen, over hen lees ik altijd in uw stukjes. Vooral over uw kleinkinderen schrijft u geregeld. Hoeveel kleinkinderen hebt u eigenlijk?”

Nu beginnen mijn ogen te twinkelen, vermoed ik. “Zes”, antwoord ik. “Dat is al een mooi begin”, reageert ze,”,en wonen ze in de buurt?” “Een deel van hen woont om de hoek”, antwoord ik, “en op de jongsten, die verder wonen, passen we geregeld een dag op.” “Mooi is dat, dan groei je met elkaar op”, gaat zij verder, terwijl de tweede kop koffie wordt ingeschonken.

Daarna vertelt ze over haar eigen beppesizzers, ruim in getal. Inmiddels bijna verdubbeld door de aanhang die erbij is gekomen, en nu ook twee achterkleinkinderen. “Die van twee jaar klimt voortdurend op me en over me heen. Prachtig is dat. En je krijgt zoveel vertrouwen als beppe en oerbeppe van die kinderen. Ik vind het allemaal heel bijzonder deze jaren.”

Wanneer ik even later weer langs ‘s Heeren wegen naar huis rijd, allemaal keurig sneeuwvrij gemaakt, lacht de mooie witte wereld me toe. Dit jaar hoop ik zeventig te worden. “Dat is al een mooi begin”, zou mijn tafeldame zeggen. Een mooi begin van mooi oud worden.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 17 januari 2026. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).