In Geen categorie

Als een kind

Van de kleuterschool herinner ik mij vooral juffrouw Hus. “Míjn juffrouw Hus”, want ik was vast van plan met haar te trouwen. Zij was lief voor mij, vol aandacht, en als ik viel, hielp zij me overeind en troostte mij.

Ook herinner ik mij haar bruiloft. Jammer genoeg trouwde zij met een ander, maar wij mochten wel allemaal een met mooie, witte bloemen versierde boog vast houden, waar zij met haar man onderdoor liep. Dat maakte veel goed. Ik heb de beste herinneringen aan de kleuterschool.

Inmiddels ben ik op de leeftijd dat ik onze kleinkinderen zie opgroeien. Van baby naar peuter naar kleuter en dan nog verder. Soms mag ik hen naar school brengen en tref ik hun juf die lief is, en vol aandacht. Wanneer zij vallen, helpt zij hen vast en zeker weer overeind en zal hen troosten. Zo zijn schooljuffrouwen.

Soms ben ik wat jaloers op de kleinkinderen. Je hoeft nog niet alles, je mag veel, de tafel is gedekt en ze zorgen de hele dag voor je. Ondertussen mag je doen waar je zin in hebt. Ja, de jeugd is een bevoorrechte periode in ons leven.

Waarom slaat dan de angst mij om het hart wanneer ik het verzorgingshuis binnenkom? Aan de muur zie ik een schilderij met een afdruk van verfhanden en namen daarbij. Zoals ze die in onze kindernevendienst maken.

Ik zal de kerkdienst leiden. Mijn toga trek in aan in een kamertje dat vol ligt met hoepels die wij als kind ook hadden. Er liggen grote, kleurige ballen door de hele kamer heen. En voor de deur staat zowaar een driewieler. Het lijkt hier wel een kleuterschool, denk ik.

Wie oud is, zo oud dat hij verzorging nodig heeft, wordt weer een beetje als een kind. Je hoeft niet meer zoveel, je mag doen waar je zin in hebt, de tafel is gedekt en ze zorgen de hele dag voor jou.

Al ben ik soms jaloers op de kinderen, zelden ben ik dat op de ouden van dagen. Ik vrees dat het geen bevoorrechte periode in mijn leven zal zijn. Vooral de afhankelijkheid, waar ik bij kinderen soms met verlangen naar kan kijken, vrees ik.

Het is wel duidelijk: ik ben nu niet zover. Graag wil ik mijn eigen kost verdienen, en flink aan het werk zijn tot ik moe mijn bed inrol. Liever wil ik zorgen dan verzorgd worden. Meer troosten dan getroost te worden, en als ik val dan wil ik graag zelf weer opstaan.

Maar waarom vrees ik toch de ouderdom? Eén ding is nog moeilijker dan oud zijn: niet oud worden. Dus verzoen ik mij: mocht ik gezegend worden met een hoge ouderdom, dan  mag ik weer worden als een kind. Dan zal er vast wel een lieve zuster Hus zijn. Al zal ik dan weer niet met haar trouwen.

 

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 28 juli 2018. (Foto Wim Beekman:  Niels Westra, Leeuwarder Courant)