In Geen categorie

Moemoe

Maar een mens went aan alles. Mooiste zin uit het korte verhaal Moemoe van de Russische schrijver Ivan Toergenjev (1818-1883). Sinds ik het vorige week las, is het geen dag uit mijn gedachten geweest. Het begin is meteen raak: 

Ergens aan de rand van Moskou woonde een adellijke dame, een weduwe, omringd met talrijke bedienden. Zij kwam zelden de deur uit en bracht de laatste jaren van haar vrekkige en verveelde oude dag in eenzaamheid door. (…) De opmerkelijkste van al haar bedienden was de portier Gerasim, een boomlange man met het postuur van een reus, die doofstom was sinds zijn geboorte. (…) Ooit gold hij als een van de meest plichtsgetrouwe boeren-lijfeigenen in haar dienst. Hij beschikte over een uitzonderlijke kracht en werkte voor vier: hij maakte korte metten met elk karwei.

Gerasim werkt in een dorpje onder Moskou op een landgoed van mevrouw, hij woont daar alleen in een klein huisje en is er gelukkig. Op een dag beveelt mevrouw dat hij naar Moskou moet komen om daar haar portier te worden. Hij krijgt mooie laarzen en een bontjas voor in de winter en een rode kaftan voor in de zomer. In Moskou is Gerasim diep ongelukkig. Hij trok zich terug in een hoekje, wierp zich voorover op de grond en bleef urenlang onbeweeglijk op zijn buik liggen, als een gevangen dier.

Dan schrijft Toergenjev de zin die mij zo raakt: ‘Maar een mens went aan alles.’ Wat een mens ook overkomt, goede en slechte tijden, vreugde en verdriet, recht en onrecht; tenslotte went hij aan alles. Vroeg of laat staat hij op en gaat verder met zijn leven.

Gerasim wordt uiteindelijk de beste portier die mevrouw zich kan indenken. Hij krijgt ook hier een huisje, aan de binnenplaats. Een zwerfhondje komt bij hem aanlopen en zij delen hun leven. Met zijn doofstomme klanken noemt hij het ‘Moemoe’. Samen zijn zij gelukkig.

Op een dag ziet mevrouw op de binnenplaats Moemoe. Zij is meteen weg van het beestje en probeert het aan te halen. Maar Moemoe, die iedereen mijdt behalve Gerasim, wijst haar grommend af. Woedend beveelt mevrouw het hondje uit haar huis weg te doen. Gerasim wordt gedwongen Moemoe te verdrinken.

Een tijd later pakt Gerasim zijn spullen, verlaat Moskou en loopt terug naar zijn geboortedorp. Daar bewerkt hij opnieuw het land. Niemand durft hem daar weg te halen, ook mevrouw niet.

Even later sterft de mevrouw. Het verhaal eindigt met: Tot op de dag van vandaag woont Gerasim alleen in zijn afgelegen hut; hij is nog even gezond en sterk, werkt nog steeds voor vier en heeft niets aan kalme waardigheid ingeboet.

Een mens went aan alles, zeker. Anders hadden wij geen leven. Wij hebben het niet voor het uitkiezen, moeten ons schikken, want leven is aanpassen. Maar vroeg of laat zullen we de regie hervinden, kiezen we hoe we omgaan met wat ons overkomt.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 8 november 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).