In Geen categorie

Kauw

Meestal is onze logeerhond blij wanneer wij het dorp uit gaan. Op het landbouwweggetje waar ik hem uitlaat, mag hij loslopen. Maar deze weken even niet. Precies bij het bruggetje waar het dorp ophoudt en de groene weiden beginnen, zit namelijk die kauw.

Klein, maar dapper. Niet bang voor mij, en nog minder voor de hond. Zij ziet ons al van verre aankomen vanaf de kop van de lantaarnpaal, net voor de brug. Wanneer wij naderen begint ze luid naar ons te krassen.

Als we onder haar hoge zit doorlopen, duikt ze naar beneden en scheert rakelings over ons heen. Drie meter voor de hond gaat ze op het asfalt zitten en kraait met veel kabaal naar het goede beestje, dat van de prins geen kwaad weet.

De eerste keren is hij nog op haar afgestoven, maar inmiddels heeft hij de moed opgegeven haar te pakken te krijgen. Ze vliegt eenvoudig op en strijkt op een twee meter hoog straatnaambordje neer. Daarna begint het hele circus weer opnieuw.

Ik schrijf ‘ze’, want ik denk dat zij een moeder is. Ergens in het weiland achter haar hippen nog een aantal kauwtjes rond – dat zullen haar jongen zijn. Met de felheid die je enkel in een moeder vindt, verdedigt ze haar kroost tegen de boze buitenwereld. Dat zijn nu even hond en ik.

Zo hoort het ook. Ouders komen op voor hun kinderen, overal en altijd. En grootouders voor hun kleinkinderen, heb ik gemerkt. Ik ben niet zo’n held – geweld zou ik niet eens durven gebruiken. Maar voor die kleinen ga ik desnoods door roeien en ruiten.

In de ruim dertig jaar dat ik dominee ben, gebruik ik bij de doop van een kind altijd dezelfde doopvragen. Ik trof ze aan bij mijn voorganger en heb deze nooit meer gewisseld voor andere, die meer bij de tijd zijn. Vooral vanwege één zin:

Beloven jullie, zo goed als een mens maar mogelijk is, met jullie kind te zijn …

Mensen die hun kind laten dopen, krijgen mooie vragen voorgelegd. Over wat je in je ziel gelooft, en wat je met je hart belooft. Over de goede zorg van de lieve Heer en onze zorg voor zijn kerk.

Maar de vraag die mij het meest raakt, is die waarmee ouders beloven hun kind nooit, nooit, los te laten. Bij hun kroost te blijven. Niet zo moeilijk wanneer het klein is, en van jou afhankelijk. Dat gaat vanzelf.

Als je kinderen de pubertijd bereiken, zich tegen je afzetten omdat ze anders nou eenmaal nooit zichzelf kunnen vinden, wordt het al lastiger. En later als ze groot zijn, en de conflicten ook volwassen, kan het echt moeilijk zijn. Lieve ouders, laat dan je lieve kinderen nooit, nooit los!

Wees dapper als de kleine kauw, desnoods met voorbijzien aan jezelf. Zoiets als eer uw vader en uw moeder, maar dan andersom.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 16 juni 2018 (foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant)