In Geen categorie

Lieve Heer

In Museum Belvédère spreekt een vriendelijke meneer mij aan. ,,Bent u niet de dominee die op zaterdag een column in de Leeuwarder Courant schrijft?” Sinds er een nieuwe foto naast dit wekelijkse stukje staat, word ik geregeld herkend.

We raken in een beleefd gesprek over mijn columns. Op een gegeven moment waagt hij de sprong: ,,Ik hoop niet dat u het vervelend vindt dat ik dit zeg, maar ik stoor mij een beetje aan de manier waar u over God spreekt. ‘Lieve Heer’ noemt u hem altijd.”

Onlangs reageerde een dorpsgenoot die de hond uitliet op dezelfde manier: ,,Mooie stukkies, dominee. Maar waarom hebt u het toch altijd over de lieve Heer?” Tijd dus om mijn ‘lieve Heer’ eens uit te leggen.   

Toen ik tien jaar geleden begon met deze column, zocht ik naar een vorm om over God te spreken. Dat was niet eenvoudig. Want God is voor de een de hemelse Heer op afstand, voor de ander een nabije vriend, voor weer een ander iemand uit een voorbij verleden.

Toch wilde ik herkenbaar voor velen over God schrijven. Ik wilde niet zwaar over God praten, maar ook niet lichtvaardig over Hem spreken. Geen zachtaardige, met alles meegaande vriendelijke Heer beschrijven. Maar ook geen strenge heerser die zomaar op zijn strepen gaat staan.

Mijn gedachten gingen terug naar het trappistenklooster de Achelse Kluis waar ik in mijn studietijd geregeld een week met studiegenoten verbleef. De monniken daar spraken over God op een manier die én lichtvoetig was, én eerbiedig.

Zij noemden God ‘Onze lieve Heer’. Of gewoon ‘lieve Heer’, want ze vonden niet dat God enkel van hen was. Zij spraken over God met dezelfde speelsheid en ernst waarmee zij moeder Maria ‘ons lief vrouwke’ noemden.

De afgelopen tijd zijn de namen die we voor God gebruiken, verveelvoudigd. Naast het klassieke HEERE en Here God spreken gelovigen over de Ene, over de Eeuwige, of over De Naam. Aanspreekvormen die we lenen van Joodse medegelovigen.

Vrouwelijke gelovigen en feministisch theologen leren ons over God als moeder en als vrouw te spreken. En waarom zou God alleen maar mannelijk mogen zijn? Dat God in de Bijbel enkel ‘hij’ genoemd wordt is voor hen niet doorslaggevend. Ook Bijbeltaal is tijdgebonden. 

De ‘lieve Heer’ van de trappistenmonniken is mij altijd dierbaar gebleven. ‘Heer’, omdat dit de eerbied voor God verwoordt die mij in mijn jeugd is bijgebracht. En ‘lieve’ omdat ik mij dan bij de Heer veilig en geborgen voel.

God is voor mij de hoge, soms onnavolgbare. Zoals het leven zelf. En ook de nabije, vertrouwde. Zoals mijn eigen bestaan. Daarom ‘lieve Heer’. Een beetje zoals in J.B. Charles’ Een kleine psalm:

Hij alleen zou met een grote sigaar
in de mond op straat mogen lopen,
met de duimen in zijn vest,
want Hij is God.
Maar Hij doet het niet
want Hij is God.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 16 oktober 2021. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).