In Geen categorie

Ouderling

“U kent mij nog niet, maar ik ben lang ouderling geweest in deze gemeente waar u komende zondag als herder en leraar bevestigd zult worden”, sprak de oude man over de telefoon. “Zou u zo vriendelijk willen zijn deze week bij mij op bezoek te komen?”

“Mag het volgende week?” vroeg ik, dan ben ik officieel uw dominee. “Nee”, zei hij, “graag nog voor uw bevestiging.” Twee dagen later zat ik tegenover hem aan de tafel midden in zijn woonkamer. Op het dikke, rode tafelkleed stond een kan met koffie en een schaal vol luxe koeken van de echte bakker.

Hij was een korte, stevige man, in de tachtig, met een grijze snor. Ik, 28, stak een kop boven hem uit, maar had me in tijden niet zo klein gevoeld. Ooit ouderling, altijd ouderling; een man met gezag, die vroeger ongetwijfeld vele jonge dominees de kneepjes van het vak had bijgebracht.

Eerst kreeg ik koffie, met zo’n grote koek, toen stak hij van wal: “Ik hoop dat u niet alleen een goede leraar zult zijn voor onze gemeente, maar ook een goed herder. Uw preken daar vinden allerlei mensen iets ván. Maar omzien naar wie in zorgen zitten, daar hebben mensen die het moeilijk hebben iets áán.”

Wat ik teruggezegd heb, weet ik niet meer. Ik denk iets over de aandacht voor ‘de herderlijke zorg’ in mijn opleiding. Ach, mijn antwoord deed er niet zoveel toe. Hij had nog eenmaal zijn verantwoordelijkheid genomen en zijn taak vervuld. En ik bewaarde zijn woorden in mijn hart, nog altijd. Punt voor de ouderling.

Nadat hij voor de tweede keer koffie had ingeschonken, en ik nog zo’n forse koek had gekregen, ging hij verder: “Toen u hier op proef preekte, begon u de dienst met de kerkelijke groet: ‘Genade zij u en vrede, van God de Vader, en van Zijn zoon Jezus Christus.’ U noemde daar niet de Heilige Geest achteraan. Die hoort er wel bij.”

Dit keer had ik mijn antwoord klaar: “De kerkelijke groet zoals ik hem uitspreek, komt rechtstreeks uit de brieven van Paulus. En die noemt de Heilige Geest er niet bij. Die heeft de kerk er later zelf aan toegevoegd. Ik vind de kerkelijke leer van Vader, Zoon en Geest belangrijk, maar de tekst van de Bijbel zelf weegt zwaarder.” Punt voor de dominee.

Hij kwam schitterend terug: “De apostel Paulus heeft wel meer rare dingen gezegd –  dat de vrouw moet zwijgen in de kerk bijvoorbeeld. Trekt u zich van hem niet alles aan.  Zonder de Geest kunnen wij niets.” Sindsdien noem ik elke kerkdienst de Geest erbij.

Morgen is het Pinksteren, het feest van de Heilige Geest. Dan denk ik altijd nog even aan de oude ouderling in mijn eerste gemeente. En dat ik in zijn geest spreek, als ik vertel dat Heilige Geest vooral een zorgzame, herderlijke geest is.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 19 mei 2018