In Geen categorie

‘Eigen volk’

Het is nog volop zomer wanneer ik naar het recreatiecentrum buiten het dorp fiets om in de haven daar aan de boot te klussen. De zon schijnt tussen de boombladeren op groepjes mensen die de weg bevolken tussen camping en dorp.

Vakantiegasten nemen vrijwel de hele weg in beslag, zodat ik met mijn fiets om alle wandelaars heen moet slalommen. Ik doe mijn best mij niet te ergeren. Het is zomer, zij hebben vakantie en ik ben met pensioen.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Wanneer ik voor mij een man en een vrouw met een hond over de volle breedte van de weg zie uitwaaieren, reik ik naar mijn fietsbel om driftig te laten merken dat er meer mensen van deze weg gebruik maken dan zij alleen.

Dan zie ik dat zij dorpsgenoten zijn, en mijn irritatie smelt als sneeuw voor de zon. Ik wijk uit en we groeten elkaar vriendelijk. In een dorp moet je het met elkaar rooien. Ons kent ons.

Even later schiet er een minder vriendelijke uitspraak door mijn hoofd: Eigen volk eerst. In mijn eerste emotie ben ik blijkbaar niet anders dan allen die moeite hebben met de mensen die ‘van buiten’ komen. En alleen hartelijk omgaan met allen die eigen zijn.

‘Eigen volk’ is belangrijk voor ons. Van onze familie, vrienden, buren, leden van de gemeenschap waarin we wonen, van wie ons vertrouwd zijn moeten we het hebben. Een mens redt het niet in z’n eentje.

Wij zoeken elkaar op in verenigingen, sportclubs, koren en kerken, en steunen elkaar daarin. Dan moet je elkaar kennen en vertrouwen. Je moet weten welk vlees je in de kuip hebt met je naaste medemens. Je bent immers afhankelijk van elkaar en ook kwetsbaar naar elkaar.

Iemand van buiten heeft een andere cultuur, andere gewoontes, andere normen en waarden. Of deze nu uit de Randstad komt of uit Verweggistan. Je hebt tijd en kennismaking nodig om te ontdekken of je veilig bent bij elkaar. Maar ‘eigen’ is niet één en al.

Toen op Vlieland ooit een aanzienlijke groep vluchtelingen werd gehuisvest, was er eerst veel argwaan en tegenstand. Toen zij er een tijdlang verbleven, leerde men elkaar kennen. Toen zij weer vertrokken, viel men elkaar op de kade huilend in de armen, en sommigen zijn gebleven en eilander geworden.

In de Bijbel wordt veel gesproken over ‘de vreemdelingen binnen uw poorten’. Die worden zo vaak nadrukkelijk genoemd omdat het zo moeilijk is gastvrij voor hen te zijn. Het is gemakkelijk goed te leven met wie ons eigen zijn. Maar het is lastig om te zorgen voor wie ons vreemd zijn, maar ons wel nodig hebben. Met wie wij ‘eigen’ kunnen worden.

Het is goed dat ik vriendelijk groetend om mijn dorpsgenoten heen fiets. Maar waarom zou ik niet op dezelfde manier omgaan met wie van buiten komen?

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 6 september 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).