In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 11 februari 2017

Tijd voor poëzie

Er komen ruige tijden, schrijft de Leeuwarder Courant de dag nadat Trump gekozen is als president van Amerika. Inmiddels is wel duidelijk dat het in korte tijd nog ruiger is geworden dan toen voorzien. En wanneer de tijden ruig zijn, is het tijd voor poëzie.

De taal is hard geworden. Een oppositieleider noemt de Tweede Kamer ‘nepparlement’; de president spreekt bij een hem onwelgevallige gerechtelijke uitspraak over ‘zogenaamde rechters’; onze premier zegt ‘Pleurt op!’ tegen wie zich misdragen. En waar de taal verhardt, is poëzie nodig.

Ons hart is koud geworden. Voor de poorten van Europa leven mensen in barre omstandigheden. Op zee verdrinken mensen in wrakke bootjes. Maar onze grootste zorg is of er bij ons voldoende plaats is voor wie van elders hier wil wonen. En als het hart verkilt, is er behoefte aan poëzie.

Mijn gedachten raken in de war. Evenwichten in de wereld gaan schuiven. Europa lijkt niet meer stabiel. Amerika niet langer de veilige rots waar we altijd op vertrouwden. Er komen machten en krachten los die we wellicht niet in de hand houden. En in tijden van verwarring wordt het tijd voor poëzie.

Poëzie is ongeveer het tegendeel van politiek. Politiek verscherpt de tegenstelling. Immers in de politiek moet je duidelijk zijn. En als het kan een beetje extreem. De politicus neemt duidelijk stelling en overdrijven maakt duidelijk.

De dichter overbrugt tegenstellingen. In de ander, hoe anders ook, ontdekt de lezer zichzelf. De ‘ik’ in een gedicht kan van de overkant van de wereld komen, kan geloven wat jij nooit kunt geloven, kan een vrouw zijn als jij een man bent. Maar die ‘ik’ raakt je hart en het voelt alsof je het zelf bent.

Een politicus zweept mensen op, roept harde standpunten op, ook bij onszelf. Een dichter haalt zachte krachten naar boven, ook in onszelf. Politiek veroordeelt en maakt boos; een gedicht verzoent en troost.

Er speelt in deze dagen van verharding voortdurend een gedicht door mijn hoofd. ‘Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens.’ Zachte woorden over kwetsbaren: breekbaar als glas, nietig als een kleine vlam, teer als een bloem. Hoe anders dan het woeden van een Trumpiaanse tijd. Een gedicht dat harde harten kan laten smelten:

Verraadt ons aller angst zich niet

in wie het leven weerloos liet?

De glasglans stemt de blazer mild.

De kaarsvlam vormt de hand tot schild.

De krokus wijst beton zijn grens.

Hoe kostbaar is een kwetsbaar mens. (Okke Jager)

Ooit zag ik een foto van een krokus die groeide uit een scheur in het beton. En besefte: uiteindelijk maakt beton geen kans tegen welke tere bloem dan ook. En zo zeker als onze hand de kaarsvlam zal beschermen, zo zeker zullen wij verdedigen wie kwetsbaar is.

Het is alsof de lieve Heer zelf spreekt: ‘Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.’ Ook poëzie trouwens.