In Geen categorie

Koudum, 20 september 2026 – Afgelopen zaterdag bracht een groep van zo’n twintig vrijwilligers van de Stichting tot behoud van monumenten in de gemeente Súdwest-Fryslân een bezoek aan Koudum. Het ging om de jaarlijkse excursie voor deze vrijwilligers die in Koudum de Martinikerk bezochten. De toren van die kerk is één van de twaalf kerktorens in de gemeente Súdwest-Fryslân die door deze stichting onderhouden worden. Aan Jentsje Fekkes was gevraagd of hij de groep wat zou willen vertellen over de geschiedenis van de kerk en de toren en ook over de geschiedenis van Koudum zelf. Voor dat laatste schakelde Fekkes Jelle van der Meulen van Histoarysk Koudum in.

Na de ontvangst met koffie in Op ‘e Hichte, en nadat eerst speciaal voor de vrijwilligers de klokken geluid waren, vertelde Jelle van der Meulen enkele zaken die hem opgevallen waren in de geschiedenis van Koudum. Daaronder natuurlijk de eerste naamsvermelding in 855 en de verandering van de naam Colwidum naar Coldum en ten slotte Koudum. Ook vertelde hij over slagerszoon Jan Koornstra. Die was zeven jaar oud toen de Martinikerk in 1857 gebouwd werd en hij emigreerde in 1889, met naar schatting zo’n honderd andere Koudumers, naar Argentinië.

Jentsje Fekkes vertelde daarna wat over de geschiedenis van de kerk in Koudum. Vanaf de zestiende eeuw hebben op de huidige plek van de Martinikerk verschillende kerken gestaan. De huidige kerk dateert uit 1857, maar een groot deel van het interieur is veel ouder. De waardevolle 17e-eeuwse interieurstukken werden destijds zorgvuldig overgebracht uit de oude, afgebroken kerk. Onderdeel van deze historische kerkschat is het fijn gedetailleerde koperwerk, met als topstuk de koperen doopboog op het doophek. Deze boog is rijkelijk versierd met het zogenaamde kwabornament, een organische kunststijl met vloeiende, golvende vormen die in de 17e eeuw zeer populair was.

Jentsje Fekkes legde uit hoe kunstenaars voor deze kwabornamenten geïnspireerd werden door onderdelen van het menselijk lichaam. Dat hadden ze onder andere goed leren kennen, doordat de (Amsterdamse) kunstenaars aanwezig waren bij bijvoorbeeld de anatomische les, zoals deze door Rembrandt geschilderd is. De specifieke boog uit de Koudumer Martinikerk is zo uniek dat hij in vakliteratuur over Fries erfgoed en zilversmeedkunst uitvoerig is beschreven.

Na het bezoek aan Koudum stond voor de vrijwilligers nog een bezoek aan Molkwerum en Skarl op het programma.