In Geen categorie

Afgelopen vrijdagmiddag 14 januari gaf dorpsgenoot Jan de Vries een online-lezing over de relatie tussen de zeventiende-eeuwse Koudumer zeeheld Jacob Benckes en het eiland Tobago waar Benckes in 1677 om het leven kwam. De lezing – in het Engels – vond plaats op uitnodiging van de National Trust of Trinidad and Tobago en was onderdeel van een serie lezingen over de Nederlandse aanwezigheid in die regio.

Een woordvoerder van de National Trust of Trinidad and Tobago introduceerde Jan de Vries als een ‘onafhankelijk onderzoeker’ en, uiteraard, als schrijver van het boek Verzwegen Zeeheld, Jacob Benckes (1637-1677) en zijn wereld dat in 2018 verscheen. Na de verkoop van het familiebedrijf ontdekte De Vries in 2005 dat marineofficier Jacob Benckes in 1637 geboren werd in Koudum. Daardoor kreeg hij interesse in historisch onderzoek en dat leidde tot diverse historische publicaties, vooral over de lokale en maritieme geschiedenis van de Friese zuidwesthoek.

Net voordat de lezing zou beginnen moest de Zoom-verbinding onderbroken worden, omdat de deelnemers door toedoen van een hacker pornografische plaatjes te zien kregen. Maar na dat oponthoud kreeg Jan de Vries het woord. Hij borduurde in zijn lezing voort op lezingen die enkele voorgangers in de weken daarvoor al gepresenteerd hadden en dat vergde enige opmerkingen vooraf.

De Vries ondersteunde zijn lezing met fraai beeldmateriaal. Zo liet hij een deel van de wereldkaart zien om duidelijk te maken dat Jacob Benckes op bijna 10.000 kilometer van zijn geboortedorp is omgekomen. Met daarbij de tekst: “Het prachtige tropische eiland Tobago en de regio Koudum, de geboortestad van Jacob Benckes, twee kleine en vredige stippen op de wereldbol, gescheiden door bijna 10.000 kilometer oceaanzeilen, verbonden door de slachtoffers van ongekend wrede gevechten.”

De Vries had zijn lezing opgedeeld in twee delen. Het eerste deel ging over het avontuurlijk leven van Benckes. In dat gedeelte kwam de regio Koudum uitgebreid aan de orde. Het tweede deel van de lezing, over de curieuze en verrassende erfenis van Jacob Benkes, heeft te maken met het wereldberoemde boek Robinson Crusoe van de Engelse schrijver Daniel Defoe uit 1719.

De Vries legde in het eerste deel van zijn lezing nogmaals uit waarom hij in de titel van zijn boek over Benckes koos voor ‘verzwegen’ en niet ‘vergeten’. ‘Verzwegen’ betekent actief iets stil houden en zorgen dat het daardoor vergeten wordt. Want dat gebeurde met bepaalde aspecten van Benckes’ carrière toen hij nog leefde. Daarom is zijn positie bij de admiraliteit op zijn minst opvallend en zelfs raadselachtig te noemen. Het verbergen en veranderen van zijn daden gebeurde, zo maakt De Vries duidelijk, om politieke redenen.

De Vries benadrukte ook hoe jong Jacob Benckes was toen hij voor het eerst als schipper op een koopvaardijschip voer. Later werkte hij als kapitein en commandeur voor de Amsterdamse admiraliteit. Zo was hij de bevelhebber van het eskader schepen dat in 1673 Nieuw Nederland, het huidige New York, heroverde op de Engelsen. Daarvoor kreeg hij officieel nooit de erkenning, maar hij kreeg daarna wel belangrijke opdrachten van Willem III.

In 1676 stond Benckes feitelijk op één hoogte met de door de geschiedenisboeken bekendere Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp. Hij was de leider van een eskader dat naar West-Indië voer om tegen de Franse invloed daar te strijden. Die expeditie was eerst succesvol, maar een aanval van de Fransen in 1677 op het Nederlandse eskader bij het toenmalige Nederlandse eiland Tobago liep slecht af voor de Nederlanders. Niet alleen Jacob Benckes kwam om, De Vries rept over 2000-2500 doden, onder wie ook een zwager van Benckes.

Dit eerste deel van de lezing was vrijwel geheel gebaseerd op historische feiten. Bij het tweede deel van de lezing ging het vooral om de interpretatie van een literair werk, het al genoemde boek Robinson Crusoe van Daniel Defoe. Dat is een fictief dagboek van Robinson Crusoe en speelt zich grotendeels af op een onbewoond eiland waar hij na een schipbreuk terechtkomt. In navolging van de Nederlands-Surinaamse schrijver en politicus Albert Helman (echte naam Lou Lichtveld, 1903-1996) beweert Jan de Vries dat dat eiland wel Tobago geweest moet zijn. Lichtveld, die zich na zijn pensionering op Tobago vestigde, was ook de stichter en de eerste directeur van het Tobago Museum.

Anderen, en De Vries noemt hen en hun argumenten, bestrijden dat Tobago het eiland van Robinson Crusoe was, en wijzen een Chileens eiland aan. Dat ontlokt De Vries de uitspraak dat we te maken hebben met een “Concealed Naval Hero and a Concealed Island”, een ‘verzwegen zeeheld’ en een ‘verzwegen (geheimzinnig) eiland’ die alles met elkaar te maken hebben.

Vrij algemeen wordt het standpunt van de Ierse schrijver James Joyce wel onderschreven dat Robinson Crusoe een politieke roman is. Het eiland van Robinson Crusoe zou dan als de verbeelding van Engeland gezien kunnen worden en de wilden van het vasteland als de inwoners van de kusten van het Europese vasteland. Aangezien de roman op feiten is gebaseerd, zo zegt De Vries, en zich uitstrekt van 1659 tot 1686, wilde hij onderzoeken wat er van het jaar 1677 met de dramatische gevechten tussen de Fransen en de Nederlanders in het boek terug te vinden is.

De slotsom van het tweede deel van de lezing van Jan de Vries over Jacob Benckes is dat het geweld op Tobago in het jaar 1677 Defoe zelfs geïnspireerd moet hebben tot het schrijven van de roman Robinson Crusoe. De scène in het boek over de kannibalen en de botten op het strand, die verwijst naar de gevechten, is een cruciaal onderdeel van het eerste deel van de roman, net als het gedeelte over de redding van Vrijdag.

Na afloop van de lezing was er gelegenheid tot het stellen van vragen en daaruit bleek onder andere dat niet iedereen overtuigd is door De Vries’ interpretatie van het boek Robinson Crusoe. De discussie over die opzienbarende interpretatie zal ongetwijfeld nog wel een vervolg krijgen.

De lezing van Jan de Vries is in zijn geheel terug te zien op YouTube (de eerste 8 minuten kunnen wel doorgespoeld worden).