Ontwijk, o Vriesche Maagd, uw’ halfgesloopten Tempel,
Verwoesting wierp haar Toorts op d’overouden Drempel,
Het heilig Altaar stort in d’opgezwollen Vloed;
Volg uwen Genius, hij rigte uw’ wankle schreden,
Nog houdt zijn trouwe hand de Kroon van ellef Steden,
En ‘t aadlijk Wapenschild wordt door uw’ Leeuw behoed.
Reeds strekt uw schoone Grond ter prooi der dolle Baren,
‘t Noordwestlijk Windenheer doorgiert de ontstelde Lucht,
De Zee-god zelf gemaakt, ginds komt hij aangevaren
En drijft en jaagt zijn Stoet; – Vlugt dierbre Jonkvrouw, vlugt !
Ja vlugt, maar wanhoop niet, hoezeer door ‘t wee gebogen,
‘t Weldadig Nederland zal ook uw tranen droogen
door Ulfert de Jong
Dit is een gedicht dat afgedrukt staat in het herdenkingsboek Geschiedkundig tafereel van een Watervloed en de Overstromingen in Vriesland voorgevallen in sprokkelmaand 1825. Het boek is geschreven door J. van Leeuwen’ en uitgegeven in Leeuwarden, bij uitgever G.T.N. Suringar in 1826.
Via Histoarysk Koudum kwam ik erachter dat er in 1825 een grote stormvloed is geweest in Friesland en Overijssel. Er zijn in het Noorden een aantal organisaties die zich bezighouden met het herdenken van deze ramp. In het op 26 januari 2025 in de PKN-kerk van It Heidenskip gepresenteerde boek van Arnoud van de Ridder, Stormvloed 1825, komen we veel over deze watervloed te weten. Ook wordt het mij duidelijk waarom deze ramp niet heel erg bekend is.
In dit boek wordt namelijk een opsomming gemaakt van een groot aantal stormvloeden die Nederland in de loop der jaren teisterden. Vanaf de middeleeuwen tot nu toe was er om de 5 tot 10 jaar wel ergens een doorbraak al of niet met overstroming. Omdat er bij de Ramp van 1953, in Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden, veel meer slachtoffers te betreuren waren en omdat ze qua tijd dichterbij ons ligt, zit dit gebeuren meer in ons collectieve geheugen.

Op 2 februari werd het herdenkingsjaar geopend in It Swaeigat van It Heidenskip. Vier burgemeesters uit deze regio gaven akte de présence. Het was een geanimeerde bijeenkomst. Vanwege de 17 Friese slachtoffers luidden de burgemeesters 17x de klok. Ook in deze regio werden de klokken in de meeste plaatsen op 3 februari om 20.00 uur 18 minuten en 25 seconden geluid.
In Nederland vielen 800 doden, waarvan 380 in de Kop van Overijssel en 17 in Friesland. De ramp leidde een jaar na de ramp opnieuw tot slachtoffers. Er waren misoogsten vanwege te veel nattigheid en achtergebleven zout. Het jaar na deze watervloed brak er malaria uit, wat nog eens zorgde voor heel veel doden. De sterftecijfers van de getroffen gemeenten zijn de eerste jaren na de ramp veel hoger dan daarvoor.
Omdat er weinig verhalen bekend zijn over de toestand in en rond Koudum tijdens de ramp van 1825, heb ik enig onderzoek gedaan. Doordat o.a. Koudum, Hemelum, Balk en Workum hoger lagen, stroomden deze plaatsen niet onder. Wel is bekend dat veel boeren uit de omgeving van deze plaatsen met hun vee naar de stuwwallen trokken. Er wordt gezegd dat de kerken tijdelijk als stal werden ingericht.
In het boek van Arnoud de Ridder wordt summier geschreven over de omstandigheden in Koudum. Wel is duidelijk dat een groot deel van de Zuidwesthoek was overstroomd. In Stormvloed 1825 lezen we in het hoofdstuk ‘De stormvloed in de regio Workum’ een beschrijving van de Heidenskipster veehouder Jacob Annes Kooiker, hoe boeren probeerden hun bezittingen en vee naar hogere plaatsen als Koudum en Workum te brengen: ‘hetwelk met veel moeite geschiedde, daar de binnenlanden reeds een palm onderwater stonden’.
Ik vond nog een aardig citaat uit het boek van J. van Leeuwen, het betreft het hoofdstuk ‘Hemelumer Oldephaert en Noordwolde en het Workumer Nieuwland’. Daarin staat ‘Dit geweldig overstortend water, bedekte langzaam de lage landen tusschen Koudum en Molkwerum en die bij Stavoren en er was een vliegenden stroom langs de vaart aan de binnenzijde van den Koudumer-Slaperdijk die alles overstroomde’.
Dit boek over de ramp beslaat zo’n 300 pagina’s, met achterin een aantal ingekleurde overzichtskaarten, een Staat van de ontvangen gelden, ingezonden door verschillende Commissien en Particulieren, een algemeene Staat der Schaden en Nadeelen den Ingezetenen, der Grietenij getroffen door den watervloed van den 3, 4 en 5 Februarij 1825.
Het boek was te koop bij voorinschrijving. Op de naamlijst der intekenaren prijkten zo’n 1350 namen. Maar wie uit Koudum bestelde dit boek ? Dat zijn: R. Bouwma Landbouwer, J. Gerlsma Genees en Heelmeester, J. F. Hemminga, Grietenij-Ontvanger, J. D. Jaarsma Landbouwer, Nanne S. van den Meer, H. I. C. Mensonides Predikant, W. S. Tromp, deze laatste moet haast wel familie zijn van T. S.Tromp, Vice-President van de Regtbank van eersten aanleg te Leeuwarden, hij bestelt 5 exemplaren.
In Koudum zijn dus relatief weinig boeken besteld, dit in tegenstelling tot Hindeloopen en overige omliggende plaatsen. Vast en zeker komt dit omdat de stormvloed in Koudum minder leed en schade veroorzaakte dan elders. Voorzichtig trek in de conclusie dat het hier minder leefde.
van Zuidwest Friesland
