In Geen categorie

Zegen voor Buma

Buma krijgt Gods zegen in ‘klompehok foor de hel’, kopt afgelopen dinsdag de voorpagina van de Leeuwarder Courant. Buma’s inhuldiging als burgemeester is dus iets bijzonders geweest.

Bijzonder is dat de stad waar Buma nu burgervader is, het klompenhok voor de hel wordt genoemd. Het is een aanduiding van de Sneker stadsdichter Henk van der Veer. Die heeft het niet op de Culturele Hoofstad 2018:

“Het beste plekje van Leeuwarden is het perron op het station waar de trein naar Sneek vertrekt”, lees ik van stadsdichter Henk op internet. ‘Het klompenhok voor de hel’, zeg maar het Friese Sodom en Gomorra, dat belooft wat voor Buma.

Mooi dus dat commissaris van de koning Brok hem Gods zegen wenst. “Vanuit persoonlijk perspectief wens ik u de steun van God toe. Dat zijn zegen rusten mag op uw ambt en uw gezin, op deze gemeente en op Friesland.”

“Persoonlijk”, zegt Arno Brok. Hijzelf en Sybrand Buma zijn gelovige mensen. Zij spreken elkaars taal, begrijpen elkaars humor en hebben een gezamenlijke inspiratie. Zoals bijvoorbeeld twee eilanders, twee oud-wielrenners en twee Friezen, waar ook ter wereld, iets delen wat voor hen wezenlijk is.

Toch ligt het blijkbaar gevoelig. De krant gaat er nog even op in: “Na de bijeenkomst was de opvallende christelijke insteek een veelbesproken onderwerp bij bezoekers, want zoiets kende het rode Leeuwarden nauwelijks.”

Er is iets aan het veranderen in Nederland en in Friesland. De grenzen tussen christelijk en niet christelijk lijken minder scherp dan zij vroeger geweest zijn. Vroeger was je gelovig en dan ook kerkelijk. Ongelovigen waren buitenstaanders en vielen buiten je blikveld.

Of je was ongelovig, atheïst, en socialist. Dan had je een eigen overtuiging en wilde je niets te maken hebben met gelovigen van welke soort dan ook. Enkel de mensheid en de menselijkheid telde, en er was geen hogere, goddelijke waarheid.

Tussen beide groepen, die ieder op eigen wijze het goede nastreefden, was er nauwelijks contact. Ieder had een eigen school, krant, politieke partij, vakbond, en soms zelfs een eigen sportvereniging. ‘Rood was rood, christelijk was christelijk, en nooit zouden zij samenkomen.’

Jaren geleden stond ik op de lijst voor de Tweede Kamer. Voor de PvdA. Dat heb ik geweten. Bezorgde reacties vanuit mijn kerkelijke achterban. “Hoe ik het in mijn hoofd haalde mij als dominee voor een rode partij verkiesbaar te stellen.”

Maar ook bij de PvdA werd niemand blij van een ‘christelijk rode kandidaat’. “Nou ja, misschien is een dominee in de partij wel handig – kunnen we boeven met boeven vangen”, liet een lid van de kandidaatstellingscommissie zich ontvallen.

Het is nooit wat geworden met mijn rood-christelijke loopbaan. Maar het doet me nog altijd goed wanneer in de meest rode stad van onze provincie een christelijk stadsbestuurder als een ras socialist openlijk belijdt: “Voor mij is hier iedere inwoner gelijk.” Gods zegen daarover gewenst, burgemeester Buma!

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 31 augustus 2019. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).