In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 25 februari 2017

Burgers van Calais

Meestal ben ik niet een van de eersten die een spraakmakende tentoonstelling bezoekt – het is een eind rijden, en het is er druk – maar voor de Franse beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917) maak ik graag een uitzondering. In Groningen bekijk ik de grootste expositie van Rodin in Nederland ooit.

Ik ben een fan van Rodin. Van de eerlijke, wat plompe manier waarop hij mensen afbeeldt. Het zijn helemaal mensen met alles erop en eraan. Meer nog zelfs, want Rodin overdrijft: handen en voeten te groot, spieren te dik, neus en oren te fors. Dat geeft zijn beelden iets onbeholpens, iets ontroerends, iets echts. Rodin liegt de waarheid.

Op de expositie zie ik dat hij hotemetoten afbeeldt op een manier die zij niet zouden hebben gewaardeerd. Het zijn niet de mooiste kanten en meest nobele karaktertrekken die van zijn hoofdpersonen afspatten. Ook in hun kleren kijk je dwars door alle keizers heen.

Leer mij bestuurders en bobo’s kennen. Ooit vertelde een oud-wethouder – 90 jaar toen – van onze gemeente: “Jongen, het stelt allemaal niet zoveel voor. Eerst komt het eigenbelang, dan het groepsbelang, dan een hele tijd niets, en dan het algemeen belang.” Ach ja, eigenbelang is niemand vreemd.

De mooiste beeldengroep van de Rodin-expositie is die van ‘De burgers van Calais’. Deze zet bestuurders in een ander licht. In 1347 verovert de Engelse koning Edward III de stad na een uitputtend beleg van ruim een jaar. Calais is aan de genade van de koning overgeleverd. Deze bepaalt dat hij de stad alleen zal sparen als de bestuurders zichzelf opofferen en aan hem overgeven.

Hoewel ieder hen afraadt om zo hun zekere dood tegemoet te gaan, besluiten de zes magistraten van Calais met een strop om de nek, blootsvoets en gekleed in lompen de sleutels van de stad de Engelse koning aan te bieden. Zo beeldt Rodin hen uit in zijn beeldengroep.

Verslagenheid en wanhoop zijn van de beelden af te lezen: de bestuurders zien een vernederende dood in de ogen. Je ziet ook vastberadenheid en kracht: deze leiders offeren zichzelf op om de mannen, vrouwen en kinderen van de stad te redden.

Het verhaal gaat verder: De vrouw van Edward, Filippa van Henegouwen, is ontroerd door de daad van deze zes vooraanstaande mannen en bepleit met succes bij haar man genade voor deze stadsbestuurders. Ook bang, overigens, dat hun dood een slecht voorteken zal zijn voor hun ongeboren kind. Eigenbelang is immers niemand vreemd.

Terwijl ik naar de Burgers van Calais sta te kijken, besef ik dat de woorden van mijn oud-wethouder gelukkig niet voor iedereen gelden. Weliswaar lijken op het wereldtoneel leiders als deze heden ten dage niet dik gezaaid; bij Rodin ontmoet ik hen in levenden lijve, al zijn ze zo’n 650 jaar gestorven.

Levende verbeelding van Jezus’ woorden: “Wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden. Maar wie zichzelf vernedert, zal worden verhoogd.”