In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 18 maart 2017

Bar en boos

Met gefronste wenkbrauwen zie ik op televisie medelanders met een zee van Turkse vlaggen op weg naar het centrum van Rotterdam. Ze zijn boos om het onrecht ‘hun regering’ aangedaan. En voelen zich zo in hun eer aangetast, dat ik vrees dat ze zich voor even geen Turkse Nederlanders voelen, maar Nederlandse Turken.

De burgemeester, een Marokkaanse Nederlander, is boos op hen, want ze gooien stenen naar zijn politie. En de omwonenden gooien boos allerlei dingen uit hun ramen naar de demonstranten, van wie ze vinden dat ze snel naar huis moeten. Ik vrees dat ze daar niet hun woning in Nederland mee bedoelen.

Het samenleven van culturen is soms even bar en boos. Enkele jaren geleden bezocht ik een oude tante in mijn geboorteplaats op de Veluwe. En stond voor de verkeerslichten bij haar om de hoek te wachten voor rood licht. Van achteren schoof een auto tegen de mijne en verbrijzelde mijn bumper en achterlicht. Verdraaide vervelend, maar kan gebeuren.

Ik stap uit om de schade te regelen met de bestuurder van de auto achter mij. Daarin zaten vier vrouwen verlamd van schrik, allen met een hoofddoek. Geen van hen verstond mij of sprak een taal die voor mij verstaanbaar was. De vrouw achter het stuur gaf mij haar rijbewijs. Dat was Nederlands en nog geen twee weken geleden afgegeven. Wat nu?

Eén van de medepassagiers pakte haar telefoon en begon opgewonden in haar eigen taal te bellen. Na vijf minuten legde zij haar toestel neer, vouwde haar armen over elkaar en gebaarde mij te wachten. Zelf belde ik de politie. Die vroeg, toen bleek dat er geen gewonden waren, mij de zaken zelf met de andere partij af te handelen. Ik in alle staten.

Binnen tien minuten stopten er twee auto’s en stonden er acht mannen, allen Turkse Nederlanders, om mij heen. “Nee, verzekeringspapieren hadden de vrouwen nog niet; een groene kaart evenmin; die hadden ze aangevraagd voor de auto die ze twee dagen geleden voor de dames hadden gekocht. Maar het zou ongetwijfeld allemaal goedkomen.”

Ik voelde me als een toerist op een oosterse markt, waarop je om de tuin wordt geleid waar je zelf bijstaat. Nota bene 100 meter van de plek waar mijn ouders elkaar voor het eerst hebben ontmoet. Maar ja, het was één tegen twaalf. Dus zo goed en zo kwaad als het ging een schadeformulier ingevuld en zo snel als mogelijk de plaats des onheils weer verlaten.

Met de moed der wanhoop heb ik de papieren opgestuurd en besloot ik mijn verlies te nemen; ik zou van deze schade geen cent meer terugzien. Bar en boos, maar niks aan te doen.

Vier weken later kreeg ik bericht van de verzekering dat alles was geregeld en de schade vergoed. Mijn kleingeloof – in dit geval in mijn Nederlands-Turkse medemens – is soms even bar en boos.