In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 8 april 2017

Kerkgebouw

Ik zie mijzelf weer zitten in de oude dorpskerk van mijn jeugd. Een jochie van de lagere school tussen een bonte verzameling kerkmensen. Van de woorden die gezegd werden, begreep ik weinig, maar er was genoeg te zien en te beleven. Hier hoorden wij thuis.

Wij zaten in de tweede bank van voren. Ooit was de bank ernaast ‘onze plek’, maar dat was precies voor een meneer die graag uit volle borst meezong. Zoveel enthousiasme was mijn vader wat te veel van het goede.

Achter ons zat de bovenmeester en zijn gezin. Ik was stiekem verliefd op zijn dochter, al wist ik dat het nooit wat zou worden tussen ons, omdat zij negentien was en ik negen. Nou ja, je moet wat te dromen hebben en in de kerk mag dat.

Organisten waren belangrijk. We hadden er twee. Ik hoorde nauwelijks verschil, maar volgens de kenners was de één zeer begaafd, en deed de ander erg zijn best. Ik begreep: je kunt niet alles hebben in het leven.

De koster zie ik nog haarscherp voor me. Hij mocht als enige dwars door de kerk naar voren lopen, en weer terug. Desnoods midden onder de dienst om een gordijn te sluiten of zo. Dat leek me wel wat: koster zijn. Of dominee, want die had een eigen glaasje water.

Dominees hadden we in soorten en maten, en iedereen vond wat van hen. Eén was er favoriet. Tot bekend werd dat hij in een volgende gemeente met een jonge blom aan de haal was gegaan. Ik begreep: dominees zijn net mensen.

Wat ik toen niet begrepen heb, voel ik nu, wanneer ik weer eens in de kerk van mijn jeugd terug ben: de koster is vrijwilliger geworden; van de kerkgangers van toen is vrijwel niemand meer over; dominees zijn gegaan en zijn gekomen – maar dat kerkgebouw blijft altijd hetzelfde.

Kerkgebouwen zijn belangrijk in het geloof. Het is slechts een bouwsel en vult maar een plek, maar het blijft hangen in je hoofd en in je hart. Je ouders zijn ervanuit begraven. Je bent er getrouwd. Je kinderen zijn er gedoopt. Je hebt er bewogen uren doorgebracht.

Nog meer dan de woorden die je er gehoord hebt, heb je daar dingen bedacht. Tranen heb je daar gevoeld; soms heimelijk vergoten; zegeningen geteld; vragen gesteld; twijfel door je heen laten gaan; je hebt er gelooft, gehoopt en liefgehad.

Inmiddels zijn kerkgebouwen mijn dagelijks werk geworden. Ik kom er vaak en ik ben er veel. Van een aantal heb ik zelfs de sleutel. Dus ga ik er wel eens eventjes door de week zomaar zitten. Een volle kerk is mooi voor een dominee; maar in een lege voel je stille vrede.

Dan neuriet het altijd in mij:

Dit huis van hout en steen, dat lang

de stormen heeft doorstaan,

waar nog de wolk gebeden hangt

van wie zijn voorgegaan.