In Geen categorie

Heel Holland vast

De afgelopen week leek het of heel Holland gaat vasten. Overal mensen die op een of andere wijze zich aan een vorm van vasten willen gaan houden. Zij nemen zich voor een periode met minder genoegen te nemen. Bewust.  

Er wordt dan een eigen vastenmenu samengesteld: geen koek en snoep; geen vlees of geen vis; geen televisie, geen Netflix; geen alcohol of geen chocolade; geen facebook en geen mobiele telefoon. Wie vast, kent de eigen verslaving, en kiest de eigen onthouding. Voor even.

Voor 40 dagen, om precies te zijn. De tijd die er zit tussen afgelopen woensdag – ‘aswoensdag’ – en de Pasen. Als je goed telt zijn dat 46 dagen, maar de zondagen zijn feestdagen, dan laten vasters de teugels voor een dag vieren.

Het sluit allemaal aan bij een oude, christelijke traditie. Zoals moslims in de maand ramadan niet eten en drinken tussen zonsopgang en -ondergang, onthielden de vroege christenen zich een veertigdagentijd lang van extra’s en luxe als snoep en vlees.

Het heeft te maken met het oude verhaal over Jezus die 40 dagen lang de woestijn is ingegaan, en daar heeft gevast. Hij moest daarbij weerstand bieden aan allerlei verleidingen van de duivel. Want wie vast, komt onherroepelijk verleidingen tegen.

Inmiddels doe ik ruim dertig jaar mee met deze vasten. Omdat ik vind dat de tijd waarin wij leven, en het stukje aardbol waarop wij leven, overdaad en verleidingen met zich meebrengt. De mijne: snoep en alcohol. Ik ben geen junk, maar het kan best wat minder.

Nu zie ik dus met lede ogen elk jaar de veertigdagentijd aankomen. Dan breekt er, zo vind ik zelf, een lastige tijd aan. Geen rolletje pepermunt meer in de auto; geen plakje cake meer bij de koffie, en als ik ’s avonds laat moe thuiskom, geen borreltje voor het slapen gaan.

Soms fluit ik door de vastendagen heen, soms baal ik stevig van het woestijntje van mijn zelfgekozen onthouding, alle zondagen geniet ik van het mildere regime, en elke vastenperiode weer ben ik trots als ik slaag voor mijn jaarlijks examen in nee zeggen.

 Want dat is wat ik het tekort vind van onze tijd en onze cultuur: dat wij zo weinig nee meer zeggen, en steeds minder geleerd hebben nul op het rekest te krijgen. Wij zijn van de oase, en zelden meer van de woestijn.

Ons welzijn en onze welvaart is een groot goed. Ik ben dankbaar voor ‘al de zegeningen gekend en ongekend, herinnerd en vergeten’, maar ik vrees dat wij met z’n allen maar bar weinig woestijnervaring hebben.

En wanneer we dan ineens in een woestijn verzeild raken – vroeg of laat belanden wij allen in de woestijn, zomaar ineens of sluipend langzaam – hebben we woestijnervaring nodig. Ik hoop in zo’n vastentijd een klein beetje ervaring op te doen ‘voor als het leven nee zegt’. Wie weet helpt het.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 9 maart 2019. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant)