In Geen categorie

Kleren

“Nee maar, een dominee in spijkerbroek! Dat is wel even wennen.” De oude mevrouw die ik in het ziekenhuis bezoek, ver in de tachtig, weet nog hoe het ooit hoorde. In haar jeugd liep de dominee niet in de kleren van een arbeider.

Nu loop ik altijd in spijkerbroek – mijn vrouw let er op dat mijn jeans niet te verschoten zijn – maar er zijn dorpen en streken in Nederland waar ik hiermee van de deur weggestuurd zou worden: “Gaat u zich eerst maar netjes aankleden, en komt u dan maar terug.”

Ook dat is betrekkelijk. Een collega uit de behoudende hoek van onze kerk vertelde me, toen ik hem vroeg waarom hij altijd in een driedelig donkergrijs kostuum gekleed was, dat hij daarmee onlangs nog de toegang was geweigerd – het had een zwárt pak moeten zijn.

Mijn grootvader was altijd gekleed in het zwart. Ik herinner mij een uitstapje met mijn grootouders naar het strand van Bloemendaal. Wij in zwemkleding en hij daartussen in zwart colbert, streepjesbroek, met zijn onafscheidelijke zwarte hoed op het hoofd.

Opa was van de oude stempel. Vroeger was hij ouderling geweest in de Oude Kerk, en daar had hij deze kleding aan overgehouden. Kerk en kleren hoorden voor hem bij elkaar. Als mijn moeder en mijn tantes in een broek gekleed waren of, nog ingrijpender, zonder hoed naar de kerk gingen, dan werden zij door hem vermanend toegesproken.

Hij zou zo zijn gedachten hebben gehad over het geloof van onze medelanders die zichtbaar als moslim over straat gaan in onze dagen. Maar tegen hun kleding zou hij minder bezwaar hebben gehad: stemmig donker, het hoofd bedekt, en vrijwel geen stukje huid te zien.

Daar denken de Nederlanders anders over tegenwoordig. Dertien jaar nadat Geert Wilders – toen nog in zijn eentje in de Tweede Kamer – een motie indiende tegen het dragen van gezicht bedekkende kleding, is het boerkaverbod nu wet geworden: binnenkort geen alles bedekkende gewaden meer in ziekenhuizen, het openbaar vervoer en op scholen.

Jammer. Ik hou wel van bijzondere kleren. Van de Spakenburgse vrouwen die op de markt vis verkopen, van de kunstig versierde hoofdkapjes van de vrouwen uit Staphorst en Rouveen, van de orthodoxe Joden met hoed en pijpenkrullen en van het Zeeuws Meisje dat je tegenwoordig nog met een lampje op straat moet zoeken.

Voetbalsupporters kunnen er ook wat van. De meest wonderlijke uitdossingen komen voorbij. Voetbal is ook een beetje religie, en daar hoort altijd een eigen identiteit bij. Nee, het spijt mij als we al die bijzondere – en soms ook zonderlinge – kledij uit de openbare ruimte zouden verbannen.

En onze –  of uw –  lieve Heer, wat vindt die ervan? Ach, ik herinner mij een oud lied:

     Het oog des Heren
     kijkt door de kleren
     ons in ’t gemoed.
     Als het kleed niet fijn is,
     als het hart maar rein is.
     Dan is het goed.  

 

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 30 juni 2018. (Foto Wim Beekman:  Niels Westra, Leeuwarder Courant)