In Geen categorie

Wieg

Op mijn knieën lig ik op het vloerkleed, met mijn hoofd in onze ‘doorgeefwieg’. Zo noemt onze kleindochter van negen de familiewieg waar zij zelf nog in heeft gelegen. Evenals haar broer, haar zus en haar drie nichtjes.

Nu ons zevende kleinkind zich aandient, is er voor Opa werk aan de winkel. Na zes eerdere wiegbewoners moet de witte bekleding opgefrist worden. Die heb ik er bij ons eerste kleinkind ingemaakt en er nu weer uitgehaald. Mijn vrouw heeft de stof gewassen en gestreken. Nou moet het er weer in.

Dat is mijn familietaak. Mijn vader heeft zich destijds in alle bochten gewrongen om de wieg met de toenmalige stof te bekleden voor zijn kleinkinderen, onze kinderen en de kinderen van mijn zus. Ik heb nog het sigarenblikje met stoffeernagels die hij toen heeft overgehouden. Nu is het mijn beurt.

Het is een lief wiegje, gemaakt van riet en rotan. En hij is me vooral dierbaar omdat hij van geslacht tot geslacht zijn weg is gegaan in onze familie. Ook mijn beide zussen en ikzelf hebben er nog in gelegen. Ruim zeventig jaar oud is hij nu.

Het opnieuw bekleden geeft mij een beetje het gevoel van eeuwigheid. Het besef van leven dat verder reikt dan ikzelf, en dat de geslachten overstijgt. Ik hoop dat deze wieg mij zal overleven en dat ook later nakroost in dit biezen mandje zal liggen.

Plots wordt mijn droom wreed verstoord. Wanneer ik even te veel druk op een van de poten uitoefen, breekt die met een droge knak af. De binnenkant van de poot lijkt op een bros-chocoladereep. Houtworm heeft zich een heel gangenstelsel in de poot geknaagd.

Bij nadere inspectie blijken ook de andere poten van het wiegje aangetast. Mijn eeuwigheidsgevoel heeft een flinke knauw gekregen. ‘Niets is hier blijvend, alles, hoe schoon ook, ’t zal eenmaal vergaan.’

Ik moet denken aan een jonge collega die me vertelde dat zijn vader hem ooit meenam naar de schuur waar een scheepstouw van zeker dertig meter lang hing. “Kijk”, zei zijn vader terwijl hij stukje van nog geen centimeter tussen zijn vingers mat, “dit stukje van het touw is een mensenleven, de rest is Gods eeuwigheid.”

Van de Engelse filosoof Roger Scruton heb ik geleerd dat de mens niet het middelpunt is van de kosmos. Laten wij vooral niet denken dat alles om ons draait. Maar wij mogen wel in het midden van onze eigen kleine kosmos staan, en dan doen wat onze hand vindt om te doen.

Dus heb ik een bevriende timmerman om hulp gevraagd. “Kom maar langs”, reageert hij meteen, “dan kijken we even. Ik heb nog wel een mooi stukje beukenhout, dat is de goede kleur, daar kan ik een nieuwe pootjes van maken. Dan kan de wieg weer eventjes mee.”

Nu staat onze ‘doorgeefwieg’ er weer prachtig bij. Een nieuw onderstel, bekleding opgefrist, en de rest tegen houtworm behandeld: Klaar om een nieuwe wereldbewoner te ontvangen.

Mijn eeuwigheidsgevoel is verdwenen, ik sta weer gewoon met beide benen op de grond. Wat blijft, is dat ik mijn bevriende timmerman voor eeuwig dankbaar ben. Die eeuwige dankbaarheid is weliswaar nog geen centimetertje lang, maar vast wel lang genoeg.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 9 mei 2026. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).