In Geen categorie

Mooier Nog

Een wagenbouwer ben ik niet, dus toen de buurt kwam vragen of ik mee wilde doen met onze versierde wagen, heb ik gedaan wat ik wel kan: samen bedenken wat het thema van de wagen zou worden, en hoe we het spel rond de wagen konden vormgeven.

Mijn ideeën uitte ik met twijfel in mijn hoofd. Ik heb makkelijk verzinnen. Maar de bouwers en allen die tijdens de optocht meedoen, moeten hier wel mee uit de voeten kunnen.

Toen we in onze buurt de bouwtekening met jonge bouwers bespraken, zag niemand problemen. Zij kunnen met hun handen maken wat hun ogen zien, en de acteurs hadden maar een half woord nodig om zich in hun rol in te leven. Nieuwe ideeën ontstonden ter plekke.

Toen werd het vakantie, en zag ik nieuwe apen en beren opdoemen. Om de beurt vertrok iedereen enkele weken naar elders, en pogingen om de medewerkenden bij elkaar te krijgen, liepen telkens op niks uit. Het werk aan de wagen lag weken stil, en het plannen maken ook. Mijn zorgen groeiden, maar de jonge generatie buurtbewoners die dit jaar de kar trok, maakte zich nergens druk over. ,,Geen probleem, Wim, we hebben nog tweeëneenhalve week. En het moet immers altijd allemaal nog op het laatste moment gebeuren.”

De groepsapp deed wonderen. Die hadden wij vroeger niet, wij moesten het hebben van een strak schema en geregeld overleg. Van ‘zoveel weken voor de vakantie al beginnen en lange termijn afspraken’. Zij sturen spontaan vijftig appjes per dag rond, en het werkt als een trein.

Op de avond voor de optocht was de wagen klaar. Om door een ringetje te halen. Mooier nog, veel mooier, dan ik in mijn stoutste dromen had kunnen bedenken. De acteurs op en rond de wagen waren er klaar voor, de kleding klopte, en ieder zat helemaal in de eigen rol. We wonnen ook nog een mooie prijs, onze dag kon niet meer stuk. Beschaamd over mijn kleingeloof besefte ik niet alleen hoe levendig onze bijdrage aan de optocht was geworden, maar vooral hoe positief deze groep jonge buurtgenoten was. Enkel enthousiasme en inzet. Moraal: ik mag wel eens wat meer vertrouwen in de jonge generatie hebben.

Geregeld vraag ik mij af hoe het verder moet met onze kerken. In de kerkbanken en rond de kerkenraadstafels zie ik meer en meer grijze haren verschijnen. En ik hoor alom de vraag ‘waar zijn de jonge gezinnen gebleven?’

Een beetje jaloers kijk ik naar de politieke partijen. Tot voor kort hadden zij hetzelfde probleem. Vorig jaar keken opeens vanaf de verkiezingsposters jonge lijsttrekkers mij aan. De eerste provinciale lijstrekker en kandidaat gedeputeerde is inmiddels bekend. Hij is 31 jaar, zo jong als Jezus toen hij rondtrok.

Misschien moeten we het ook in de kerken aandurven met vertrouwen macht over te dragen aan de nieuwe generatie. Groepsappend en al.