‘Gekke koning’
De koning had vroeger absolute macht. Zat er een wijs mens op de troon, dan waren de onderdanen gelukkig. Was hij een zwak bestuurder, dan leefde het volk tussen hoop en vrees. Was een machthebber gestoord, dan liep ieder in het rijk gevaar.
Onder het bewind van een ‘gekke koning’ was je immers je bestaan niet zeker. Willekeur heerste in het land en zo’n koning werd gevreesd om zijn onberekenbare daden die grote risico’s met zich meebrachten voor de veiligheid, het welzijn en de welvaart van de mensen.
De geschiedenis kent een heel aantal gekke machthebbers. De Romeinse keizers Nero en Caligula waren berucht om hun gekte. Frankrijk had koning Karel VI (‘de waanzinnige’) en in Engeland noemde men George III de koning die ‘Amerika en zijn verstand verloor’.
Ook sommige presidenten waren gestoord. In Rusland heerste Joseph Stalin, in Oeganda Idi Amin, en zeker Adolf Hitler kun je tot de gestoorde machthebbers rekenen.
Toch konden zij in hun gekte vaak lang aan de macht blijven. Om de machthebber heen was een groep belanghebbenden van wie geld en goed, leven en toekomst afhingen van de heerser. Zelf hielden zij de touwen van de macht stevig in handen. Viel de koning, dan vielen ook zij.
In de Bijbel staat een spiegelverhaal van een koning die lange tijd gek werd. Het gaat over koning Nebukadnezar die van 605-562 v. Chr. regeerde over het Babylonische rijk, dat zich uitstrekte van Bagdad tot aan de Perzische Golf.
Hij was een machtig man in de wereld van zijn dagen, voerde veel oorlogen en liet complete volken in ballingschap wegvoeren. Nebukadnezar wilde vooral groot en rijk zijn, ten koste van iedereen. Hij liet onder meer een kolossaal gouden beeld voor zichzelf oprichten waarvoor iedereen moest knielen. Wie weigerde werd in een vurige oven geworpen.
Het Bijbelverhaal vertelt dat hij op een dag vanaf het dakterras van zijn paleis uitkeek over de stad Babel met de beroemde hangende tuinen van zijn hand. Daarbij sprak hij hoogmoedig: ‘Is dit niet het grote Babel dat ik gebouwd heb?’. Meteen daarna werd hij jaren achter elkaar gek. Hij dacht dat hij een koe was en at gras als een rund.
Tot slot een Oosters verhaal met een glimlach over de gekte van een losgeslagen koning. Misschien is humor ons sterkste wapen tegen de grillen van machthebbers die gek zijn, maar op dit moment wel de macht in handen hebben.
‘Kan ik vanmiddag uw ezel lenen?’, vroeg een boer aan zijn buurman de koning. Deze antwoordde: ‘Goede vriend, je weet dat ik altijd bereid bent jou te helpen als je me nodig hebt. Het doet mijn ogen vast plezier jou de vruchten van het land te zien thuisbrengen met mijn ezel. Maar helaas, op dit moment is mijn ezel elders aan het werk.’
De boer bedankte hem voor zijn hartelijkheid en bereidwilligheid en wilde weer naar huis gaan. Juist op het moment dat hij een diepe buiging voor de koning maakte, klonk uit de stal het luide gebalk van een ezel. De boer keek op en zei wantrouwend: ‘Wat hoor ik, staat uw ezel hier wel op stal?’ De koning liep rood aan van woede en schreeuwde: ‘Jij ondankbare boer! Wat geloof je eerder: het woord van je koning of het domme gebalk van een stomme ezel?‘
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 25 april 2026. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).
van Zuidwest Friesland
