Gideon
‘De strijdwagens van Gideon’ noemt het Israëlische leger de huidige aanval in Gaza. Doel is om Hamas voorgoed uit de Palestijnse kuststrook te verdrijven. Het lijkt erop alsof bijna heel Gaza wordt schoongeveegd. Ook de ruim 2 miljoen gewone burgers moeten vertrekken.
De Israëlische minister Smotrich, havik in het kabinet, zegt het zo: ,,Gaza zal totaal vernield zijn. De burgers worden in het zuiden geconcentreerd, en zullen begrijpen dat er geen hoop meer te vinden is in Gaza. Ze zullen verhuizen om elders een nieuw leven te beginnen.”
‘De strijdwagens van Gideon’ kunnen dus zomaar een einde maken aan de Gazastrook als Palestijns woongebied. Wat een groot leed om een kleine groep Hamasstrijders te verdrijven.
Ik heb in de Bijbel het verhaal van Gideon er nog eens op nagelezen. Gideon heeft helemaal geen strijdwagens. Sterker, Gideon heeft ook geen leger. Hij is een bange boerenzoon die door God wordt geroepen om de woestijnrovers van Amalek te verdrijven.
Die plunderen steevast aan het begin van de oogst het land waar Israël leeft. De Amalekieten rijden op snelle kamelen, zijn geduchte strijders en hebben goede wapens. De Joodse boerenbevolking heeft enkel ezels, ossen, sikkels en ploegscharen.
Elk jaar wanneer het gewas op het veld stond, sloegen de Amalekieten uit het oosten hun tenten op in Israël en vernietigden de oogsten, tot helemaal in Gaza. Niets lieten ze voor de Israëlieten over om van te leven, nog geen schaap, geen rund en geen ezel.
Dan stuurt God een engel naar de jonge boerenzoon Gideon, met de opdracht het volk te bevrijden van de woestijnrovers die het land teisteren, 135.000 in getal. Eerst durft Gideon niet, maar dan vat hij moed. En brengt een strijdgroep van 32.000 man op de been.
“Teveel”, zegt God. “Wij moeten het niet van groot oorlogsgeweld hebben. Laat wie bang is naar huis gaan.” Er blijven 10.000 mannen over. “Nog teveel”, zegt God. “Laat ze drinken in de rivier. Ieder die netjes met de hand het water opschept, kan naar huis. Wie het water met de tong opslobbert, mag blijven.”
300 slobberaars blijven over, een dapper zooitje ongeregeld. Zonder wapens, met alleen terracotta kruiken met daarin fakkels. ’s Nachts beklimmen ze de bergen rondom het vijandelijke kamp, slaan de kruiken kapot en zwaaien met hun fakkels. De Amalekieten denken dat zij door een grote strijdmacht worden aangevallen, bestrijden in verwarring elkaar en slaan op de vlucht.
Gideon vecht niet met strijdwagens, niet met een overmacht aan wapens die meest burgerslachtoffers maken. Gideon hongert geen vrouwen, kinderen en bejaarden uit. Gideon heeft alleen zijn kleine Gideonsbende om het kwaad van Amalek te keren.
In het Bijbelverhaal doodt Gideon geen weerlozen. Hij bestrijdt enkel roof en moord. Met een groepje ongeregeld, moedig en met geloof dat het kwaad niet het laatste woord heeft. Zo doet de God van Israël dat. Daar kan Israël van leren.
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 17 mei 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).
