Hoge hoed
Van mijn grootvader heb ik zijn hoge hoed geërfd. Daar zit een verhaal aan vast. Opa werkte als tuinman in de moestuin van een groot landgoed in mijn geboortedorp op de Veluwe. ,,Vader is hovenier’, zei mijn tante altijd. Dat klonk voornamer.
Voornaam of niet, mijn grootvader werd gekozen tot ouderling in de Grote Kerk van ons dorp. Dat was echt bijzonder. Een tuinman in het kerkbestuur. Mijn grootvader zal een vroom man geweest zijn.
Opa werd als ambtsdrager gekozen tegelijk met de grootvader van mijn jeugdvriend. Die was ‘hoofd der school’, behoorde bij de notabelen van het dorp en was een vooruitstrevend mens. Samen zouden zij als ouderling bevestigd worden.
In die dagen was het de gewoonte dat de ouderlingen met een hoge hoed naar de kerk gingen. Mijn vriends grootvader heeft toen de mijne opgezocht: “Beekman, zullen wij samen afspreken te stoppen met het dragen van de hoge hoed. Dat past niet meer in deze tijd.”
Mijn opa stemde ermee in, want hij zou het niet wagen als eenvoudig handwerksman in te gaan tegen de mening van het hoofd der school. Maar een paar dagen voor de bevestiging zetten andere kerkenraadsleden mijn opa onder druk om toch een hoge hoed te dragen.
Vlak voor het zondag werd, ging mijn grootvader naar de uitvaartondernemer van het dorp en schafte zich een tweedehands ‘hoge zij’ aan. En die heb ik nu. Aan de binnenzijde het logo van de begrafenisondernemer, met daaroverheen in hanenpoten H.Beekman geschreven.
Opa’s hoge hoed is een zichtbaar teken van de kloof tussen wat je diep in je hart zou willen, en wat je doet omdat anderen dat min of meer van je verwachten. Een kloof bekend in kerkelijke kringen, maar bijvoorbeeld ook een harde kern voetbalfans is daar niet vrij van.
Grootvaders ‘hoge zij’ kwam mij in gedachten bij een spreuk van de Amerikaanse schrijver James Baldwin op mijn filosofie dagkalender: Liefde neemt de maskers af waarvan we vrezen dat we niet zonder kunnen leven, en weten dat we er niet mee kunnen leven.
Maar weinigen slagen erin volledig zonder maskers te leven. Als dominee kan ik daar over meepraten. Op of buiten de preekstoel hou ik altijd enigszins rekening met wat de mensen om mij heen vinden en verwachten. Ik erfde niet alleen de hoed van mijn grootvader, ook zijn genen.
Het goede nieuws is dat wij met het klimmen der jaren maskers afleggen. Vroeger viel me al op dat predikanten met pensioen vrijer preken dan voorheen, zichzelf minder lasten opleggen en meer zichzelf zijn. Als dominee in ruste verwondert mij nu soms mijn eigen ontmaskering.
Baldwins overtuiging dat de liefde maskers kan afnemen van een mens, stemt tot nadenken. Zou het ook andersom werken? Dat hoe meer je de levenskunst van de ontspanning krijgt, hoe meer liefde je vindt?Komt allemaal tevoorschijn uit mijn opa’s hoge hoed.
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 3 mei 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).
