Koudum.nl

De column van Wim Beekman

foto Niels Westra, Leeuwarder Courant

Muizenissen

Soms is er een nacht waarin ik een poosje wakker ben. Dan dwarrelen er zomaar gedachten door mijn hoofd. Niet dat ik daarvan wakker lig, het is eerder andersom. Ik ben wakker en dan komen er vanzelf gedachten. Leuke ervaringen of hartelijke ontmoetingen van de afgelopen dag geregeld. Daar word ik blij van.

En ook kleine, alledaagse lastigheden. ‘Muizenissen’, noem ik dat. ‘Piekergedachten en getob, vaak over onbelangrijke kleinigheden’, zegt het woordenboek. Bij het licht van de nieuwe dag verdwijnen die weer als sneeuw voor de zon, maar in de nacht lijken schaduwen langer.

Enkele weken geleden hadden wij echte muizenissen. Mijn vrouw vond in ons hok een paar pakken aangevreten etenswaren. “Zouden we muizen in de schuur hebben?”, vroeg zij me bezorgd. Ik op zoek, en ja hoor, overal verspreid lagen muizenkeutels.

Eigen schuld natuurlijk. Moeten we maar geen etenswaren in ons hok opslaan. Daar komen vroeg of laat muizen op af. Werk aan de winkel dus. ‘Wie zijn hoofd niet gebruikt, moet zijn handen en benen gebruiken’ zei mijn moeder dan.

De nacht daarop lag ik een poosje wakker en heb ik een plan gemaakt. Het weer was goed, en het hok moest toch al nodig opgeruimd worden, dus ik besloot het onaangename met het nuttige te verenigen: alles naar buiten en meteen grondig schoonmaken.

Dat was makkelijker gedacht dan gedaan. Muizen zijn nijvere beestjes en ze bleken in alle hoeken en gaten van onze schuur actief te zijn geweest. Onder de vloer van stoeptegels trof ik ook nog enkele gangen en holletjes aan. Dus heb ik een deel van de vloer opnieuw gelegd.

Daarna alle spullen grondig afgestoft, schoongepoetst en het hok met bezemen gekeerd. Het stof dwarrelde om mijn hoofd. “Zou je geen mondkapje opzetten?”, vroeg mijn vrouw die én verstandig is, én wijkverpleegkundige geweest. Maar dat vond ik te veel gedoe.

Na enkele dagen was het hok weer spic en span, was ik blij dat de schuur nu weer helemaal opgeruimd is en bleken de muizen verdreven. Ook de muizenissen in mijn hoofd waren weer verdwenen.

Totdat we de hele vorige week in de media overstroomd werden met nieuws over de het Hantavirus. En het bleek dat er ook hier, gelukkig minder ernstige, varianten van dit virus rondgaan. Overgebracht door muizen. “Wanneer je veegt in een schuur waar muizen zitten en je het stof van muizenkeutels inademt, kun je besmet worden”, zeiden de virologen.

Ineens waren mijn muizenissen weer terug. Helemaal toen ik me later in de week niet zo lekker voelde. Ik vreesde het virus. Maar mijzelf bij de dokterspraktijk melden voor een virustest durfde ik ook niet, bang om overbezorgd te lijken.

Twee dagen later knapte ik weer helemaal op. Mijn virusbesmetting bleek loos alarm. En ik moest denken aan het bordje dat in mijn kindertijd in de wachtkamer van onze tandarts hing:

De mens lijdt meestal het meest
door het lijden dat hij vreest
en dat nooit op komt dagen.
Dies heeft hij meer te drage
dan God te dragen geeft
Het leed dat drukt is niet zo zwaar
als vrees voor allerlei gevaar.

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 16 mei 2026. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).

Mobiele versie afsluiten