Boze Jona
In het Bijbelboek Jona zit een flinke dosis humor. Het gaat over een eigenwijze gelovige bij wie zijn boosheid de pan uitrijst. Misschien is zelfspot een goede manier waarop je met je kwaadheid kunt omgaan. Jezelf in de spiegel bekijken en dan glimlachen om jezelf.
Jona is een explosief mannetje. Hij is een profeet, een man Gods, die Gods wil moet verkondigen aan de mensen. En hij is een gelovige die het allemaal beter weet dan de lieve Heer zelf, en dus is zijn eigen wil hem liever. Daar begint het verhaal.
God roept Jona om naar Nineve te gaan. Klaag ze aan, want ik heb gezien hoe ze zich misdragen. Nineve was de hoofdstad van Assyrië, de absolute wereldmacht in het Midden-Oosten van toen. De Assyriërs waren echte strijders en onderwierpen de volken om hen heen met harde hand. Het enige recht dat zij erkenden was het recht van de sterkste, en de sterksten waren zij. Alsof ik de krant van vandaag lees.
Je zou verwachten dat Jona graag Gods opdracht vervult om Nineve de wacht aan te zeggen. Niet dus. Jona moet naar het oosten, richting Syrië, maar hij vlucht naar het westen, richting Spanje. Hij neemt een schip dat uitvaart naar Tarsis.
God is echter niet voor één gat te vangen. Hij werpt een storm op de zee. Jona begrijpt dat God hem moet hebben en laat zich in de zee jonassen. Daaruit vist God hem weer op, met een reuzevis en die spuwt Jona weer uit op het land.
Opnieuw krijgt Jona de opdracht Nineve aan te klagen, en nu gaat hij. Hij doet er gelijk een flinke schep bovenop en maakt er zijn eigen donderpreek van: Nog veertig dagen, dan wordt de hele stad weggevaagd.
Er is geen prediker die ooit zoveel succes heeft gehad als Jona: Heel Nineve, de koning voorop, bekeert zich en smeekt om Gods ontferming. Dan ziet God af van het kwaad dat hij voor Nineve in gedachten had: En God deed het niet.
Jona is woedend: Ik wist wel dat u genadig zou zijn en liefdevol, geduldig en trouw. Daarom besloot ik te vluchten. Ik ben liever dood dan dat ik zo moet leven. Deze Joodse gelijkenis eindigt met een vraag van de lieve Heer aan zijn kwade profeet: Jona, ben jij terecht zo boos?
Het antwoord op Gods vraag blijft uit, dat mogen de lezers zelf geven. Soms droom ik dat alle boze Jona’s, in en buiten onszelf, en in de grote boze buitenwereld, zich met een glimlach spiegelen aan de boosheid van Gods profeet, en aan de ontferming van de lieve Heer.
Boosheid kan veel kapot maken. Dus hoop ik dat wij leren glimlachen om onze eigen gelijk en dat wij ons over onze boosheden heen kunnen zetten. Dan zal ons eigen wereldje, en ook de grote wereld, er beter uitzien.
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 4 oktober 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).
