Balk en splinter
In de column van vorige week beschreef ik mijn ergernis over toeristen in ons dorp die wandelend bijna de hele weg in beslag nemen. En dat ik dit mijn dorpsgenoten minder kwalijk neem. Beschaamd dacht ik: Doe ik niet aan ‘eigen volk eerst’.
De redacteur van deze krant bij wie ik de column inlever, reageerde met: “Dat herken ik. Ik ben opgegroeid in Heeg, watersportdorp bij uitstek, daar lopen ook altijd toeristen breeduit over de straat.”
Afgelopen week was het mooi weer, dus zijn mijn vrouw en ik er nog een paar dagen met de boot op uit gegaan. We zijn naar de andere kant van het meer gevaren en hebben overnacht in onze favoriete passantenhaven, die van Heeg.
Wanneer wij ergens met de boot liggen, maken we geregeld een wandeling. U raadt het al. Ik had in de drukke winkelstraat vooral aandacht voor de etalages links en rechts van de weg. En zonder te letten op het plaatselijk verkeer stak ik een paar keer kriskras de weg over. Een driftig fietsbelletje van twee schooljongens uit Heeg bracht me weer bij zinnen. Ai!
Dat vertelde ik de redacteur die opgroeide in Heeg. Hij schreef terug: “Haha, misschien kun je nu een keer een column schrijven over De balk en de splinter. Daarmee reikte hij mij het onderwerp van vandaag aan.
De balk en de splinter komen uit een beroemde uitspraak van Jezus: Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Wij zien de fouten van ander, en gaan aan die van onszelf voorbij. Bijna niemand ontkomt daaraan.
Wat is dat toch? Dat het ons op belangrijke momenten ontbreekt aan zelfinzicht. Dat iets wat een ander doet of zegt wel onze verontwaardiging wekt, en dat wij blind zijn voor ons eigen aandeel in de onrust die is ontstaan. En hoe steviger het conflict, hoe groter onze blindheid.
Wanneer twee partijen ergens over ruziemaken; in een relatie de spanningen hoog oplopen; er een zakelijk conflict is; of – nog lastiger – persoonlijke verhoudingen verstoord zijn, zorgt dit vaak voor dikke balken in eigen ogen. Vaak liggen wij er dan ’s nachts wakker van.
Dus daar vertellen we elkaar over, want het drukt op ons en we moeten het kwijt. We vertellen dan altijd over de splinter bij de ander en zelden over de balk bij onszelf. Dan is het te hopen dat de mensen om ons heen niet met ons meepraten, maar ons wijzen op die eigen balk. ‘Het is een vriend die jou je feilen toont.’
Mijn balk in Heeg was weliswaar niet groot, maar groot genoeg om weer eens over mijn zelfinzicht na te denken. Want daar begint ellende vaak mee: Dat ik niet let op de fouten van ‘wullie’, maar alleen op die van ‘hullie’.
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 13 september 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).
