Door Ulfert de Jong
Koudum, 5 mei 2026 – Toen timmerman Piet van der Stap bezig was met plafondwerkzaamheden in de woonkamer van Verlengde Hoofdstraat no. 8 in Koudum, viel er onverwachts een dunne zwarte map uit het plafond. Wie had deze map met belangrijke documenten uit de Tweede Wereldoorlog in die geheime bergplaats achtergelaten en waarom?
In 2007 gaf Piet van der Stap deze map met documenten aan de voorzitter van het Kazematten Museum. Dit museum wijdde er een bescheiden publicatie aan en nam het op in zijn collectie. De vinder kreeg er echter spijt van dat hij deze belangrijke map niet aan de Stichting Histoarysk Koudums had gegeven. Het Kazematten Museum wilde de map, om begrijpelijke redenen, niet zomaar teruggeven aan ‘Koudum’.
Omdat Histoarysk Koudum in eerste instantie vond dat de map in Koudum thuishoorde, is er intensief overleg geweest met het Kazemattenmuseum. Dit leidde tot een tussenoplossing. Allereerst werd de map met de belangrijke documenten in Koudum tentoongesteld op de expositie over de Tweede Wereldoorlog. Daarna werd besloten, mede in overleg met de eigenaar van het pand waar de map gevonden was, om de map onder te brengen bij Tresoar in Leeuwarden.
Op 20 november 2025 hebben eigenaresse Joukje Wittermans en de secretaris van Histoarysk Koudum Ulfert de Jong het materiaal overhandigd aan Otto Kuipers van Tresoar, die zei: ‘Wy binne der tige bliid mei’. Op de verklaring van schenking wordt het materiaal als volgt omschreven:
Correspondentie van de Districtscommandant van het district lV van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, omvattende de gemeenten Doniawerstal, Gaasterland, Hemelumer Oldephaert en Noorwolde, Hindeloopen, Lemsterland, Sloten, Staveren en Workum over de periode: 1 december 1944 tot en met 29 januari 1945.
In de map zitten tientallen (doorslagen van) getypte brieven en briefjes en een enkele keer een handgeschreven briefje. Vaak zijn het zogeheten ‘orders’ (bevelen) van de districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) in de regio Zuidwest-Friesland. Alle ondergrondse organisaties en knokploegen gingen op 3 september 1944 op last van de regering in Londen over naar de net opgerichte NBS, waarvan Prins Bernhard tot bevelhebber werd genoemd.
Wie schreef deze orders en hoe kwam de map in Koudum terecht?
De orders in de map die ruim zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog in Koudum gevonden werd, zijn geschreven door de Balkster Siemen de Jong. Die was vanaf eind 1944 tot de bevrijding districtscommandant van de NBS in de Lytse Súdwesthoeke. Omdat de Duitsers hem op de hielen zaten, zwierf hij van adres naar adres. Hij kwam terecht in Koudum bij Jacob de Boer, die getrouwd was met Maaike, de zus van Siemen de Jong. Jacob en Maaike woonden op de Verlengde Hoofdstraat 8 en dreven op nummer 10 een manufacturenhandel.
Achter deze woning en winkel stond nog een woning, met nummer 6. Hier werd het hoofdkwartier van de NBS gevestigd. Deze woning is rond 1980 gesloopt. De vroegere buurvrouw Hinke Klijnstra, vertelde dat het destijds een komen en gaan was van onderduikers en koeriersters. Eind maart 1945 heeft Siemen de Jong het hoofdkwartier verplaatst naar de boerderij van Simen Bokma in Harich. Wellicht was het een haastig vertrek en heeft hij zo de map vergeten, die tussen het plafond in de woonkamer op nummer 8 verborgen zat.
Na de bevrijding werd Siemen de Jong door de regering aangewezen als burgemeester van Gaasterland. Dit weigerde hij omdat hij vond dat hij altijd prettig met burgemeester G.W.C.D. Baron thoe Schwartzenberg had samengewerkt. Burgemeester in oorlogstijd was geen gemakkelijke baan. Deze burgemeester zou fout zijn geweest. Dit bleek niet het geval, de man is later gerehabiliteerd.
Wat stond er op de papieren in deze map?
In de gevonden map zaten brieven en orders van de districtscommandant van de NBS, Siemen de Jong, geschreven tussen 1 december 1944 tot en 15 februari 1945. Sommige berichten zijn gecodeerd, maar de map bevat ook de sleutel van de code. Hieronder staat een kleine bloemlezing uit de berichten:
Uit een vol getypt vel met veiligheidsvoorschriften, overgenomen uit de illegale krant Trouw:
Sinds ‘den dollen dinsdag’ toen de bevryding zoo nabij scheen, is de discipline angstwekkend verslapt. Het aantal lieden dat zich met illegaal werk bezighoudt, het aantal illegale ‘dagjesmensen’ is zeer toegenomen en zijn de ondergrondsche organisaties uitgeleverd aan de onervarenheid van deze ‘recruten’. Er zijn acht voorschriften waaraan verzetsmensen zich moeten houden: 1. Zwijgt! 2. Weest voorzichtig met nieuwe relaties en met de relaties van uw vrienden. 3. Staakt het aangaan van nieuwe relaties en accepteer geen nieuwe medewerkers. […] 7. De langste weg in het illegalen werk is vaak de kortste weg. 8. Leg geen lijsten aan van illegale werkers.”
In een brief, gestempeld met de datum 16 december 1944, maakt De Jong zich druk over de benoeming van burgemeester Krijger van Lemsterland in de staf van districtscommandant IV. Dat lijkt hem geen goed idee en hij had waarschijnlijk gelijk. Het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, deed in 2020 onderzoek naar het verleden van Krijger. De conclusie van het NIOD is dat Krijger in de oorlog niet van ‘onbesproken gedrag’ is geweest. Daarop werd de naam van het Burgemeester Krijgerplein in Lemmer veranderd in Markt.
Van de organisatie tot op heden niets naders vernomen. Wel is ons echter o.a. bekend geworden, dat door D.C. lV is benoemd voor sectie Vll van zijn staf den tegenwoordige Burgemeester der gemeente Lemsterland Den heer Krijger. Hoewel deze persoon de laatste tijd wel tracht goed te doen is het toch ‘Mijnheer de Burgermeester’. Bij ons liggen enkele rapporten over hem en ‘Jan Publiek’ wil hem helemaal wel aan. Hij heeft o.a. op zijn geweten: Verzet tegen de Protest staking van mei 1943. Arrestatie bevel voor 6 joden. Bevel tot paardenvordering. Arrestatiebevel voor Den heer Rook, die in een concentratiekamp is gedood. En nog wat zaken. De D.C. wist niets af van deze feiten en had zich beter met de plaatselijke contacten kunnen verstaan.
Het uitvoeren van operaties is op papier een ingewikkeld systeem, met een enorme hoeveelheid aan codewoorden en aanvalsgraden, die moeilijk uit elkaar zijn te houden. Soms zijn de briefjes in één keer duidelijk. Zo is er een kort getypt briefje van 23 december 1944 over koeriersters:
Sectie lll heeft de verzorging op zich te nemen voor de koeriersters, die vanaf de Dics e.a. de dienst onderhouden. In verband hiermee gelieve U op te geven, welk materiaal voor genoemde koeriers nodig is. Ik verwacht van U een spoedige opgave van de benodigde fietsbanden, ev fietsen, voor die koeriers nodig. Ik wijs er, naar aanleiding van een voorgekomen geval op, dat de koeriersters er in het algemeen op dienen te worden gewezen, dat het dragen van lange broeken te opvallend en dus te gevaarlijk is.
Een klein getypt briefje van de G.C.I van 20 december kondigt een soort kerstreces aan:
Te beginnen met Zaterdag 23 Dec. 24.00 en eindigende op Maandag 1 Jan. 1945 24.00 zullen alle werkzaamheden van de N.B.S. in mijn gewest zooveel mogelijk worden stopgezet. Uitgezonderd hiervan zijn sabotageacties, voor zoover die van boven af bevolen zullen worden. […]
Soms lijkt het allemaal wel wat kneuterig, maar toch lezen de verhalen uit deze map als een soort militair jongensboek. Aan het begin van 1945 is er hoop op bevrijding. Ik sluit af met enkele citaten uit de ‘DAGORDER’ van 6 januari 1945: Het nieuwe jaar is ingegaan, onze bevrijding is op komst. Het wachten valt ons echter zwaar en er zij vele vragen: waarom bombarderen de geallieerden nog niet hier en waarom slaan wij nog niet toe?
De laatste zin van deze dagorder van Siemen de Jong luidt: Discipline is het cement van een leger; geduld behoort tot een van de krijgsmansdeugden. Van het N.B.S. leger zijn wij de soldaten, die gebrekkigheden en moeilijkheden ten spijt, onze taak zullen vervullen, zooals die thans van ons geeischt wordt, in het belang van een spoedige bevrijding.
Gelukkig was de bevrijding dichtbij: Koudum werd op 17 april bevrijd en heel Nederland was op 5 mei vrij van de Duitse bezetting
