Boerenkool, biecht en boete
Red de boerenkool staat boven de advertentie op de voorpagina van deze krant. Er dreigt 60.000 kilo boerenkool verloren te gaan door een misgelopen handelsdeal. Onze supermarktketen heeft het opgekocht en biedt het voor een spotprijs aan.
Ik ben gek op boerenkool, zeker voor die prijs. Daar wil ik wel een stukje van de wereld voor redden. Dus naar de winkel om twee zakken te halen. Bij de kassa let ik hoopvol op het scherm, maar daar verschijnt de gewone prijs.
Blijk ik de ‘gewone’ verpakking te hebben, deze boerenkool hoeft niet gered te worden. Ik had de speciaal voor deze reddingsactie verpakte kool moeten hebben. Heel gedoe, ik moet de zakken gaan omruilen en de kassière boekt het aangeslagen bedrag om. Daarna geeft zij mij de korting terug.
Terwijl ik naar huis loop, twijfel ik of ik in alle verwarring wel heb afgerekend. Zo niet, dan heb ik nu gratis boerenkool en ook nog geld toe gekregen. Dan heb ik schuld en ben ik schuldig. Dus kijk ik op mijn bankierapp, maar gelukkig, ik blijk geen schuldenaar.
Wat is dat toch met schuld? Waarom hebben we er zoveel moeite mee wanneer we bij iets of iemand een openstaande rekening hebben? In Friesland hebben we daar zelfs een uitdrukking voor: ‘In lyk man is in ryk man.’ Schuld blijft voor ons gevoel aan ons kleven.
De kerken zijn altijd ware specialisten in schuld geweest. Schuldvergeving was lange tijd een belangrijk onderdeel van het christelijk geloof. In de kerkdienst hadden schuldbelijdenis en zondenvergeving een vooraanstaande plaats.
Tegenwoordig wordt in de meeste kerken minder over schuld gesproken. Maar in de wereldse samenleving zie ik dat schuld een steeds groter deel van ons leven uitmaakt. In de media en het openbare debat gaat het inmiddels vaker over schuld dan in onze kerken.
Volop zoeken we naar schuld. Wie zijn de daders – meestal de anderen – en wie de slachtoffers? Openbare excuses worden gevraagd. Deze zoektochten naar schuld gaan met verontwaardiging gepaard. Maar dat het kwaad ook altijd ergens in onszelf zit, wordt zelden bedacht.
De kerk zou de wereld een dienst bewijzen door de diepte van schuld te peilen. Die woelt in eigen ziel. Wij gaan niet verloren omdat de lieve Heer boos op ons is als wij onze zonden niet belijden, maar raken verloren wanneer wij, vanwege eigen schuld, boos op onszelf blijven.
Velen van ons dragen in hun ziel een schuldenlast met zich mee. Vrees dat we het niet goed deden, schuldgevoel over wat we wel deden of juist nalieten. Dat we iets of iemand hebben beschadigd, misschien onszelf ook. En hoe zullen we daarmee leven?
Misschien moeten kerken hun oude specialisme weer afstoffen. Schuldbelijdenis en genadeverkondiging, biecht en boete. Die gaan verder dan ‘Foei!’ roepen en anderen als schuldige aanwijzen. Het zijn oude rituelen die ruimte scheppen voor gemeende en aanvaarde excuses.
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant, 22 maart 2025. (Foto Wim Beekman: Niels Westra, Leeuwarder Courant).
