Nieuws & Activiteiten
 

De column van Wim Beekman: Wonderbare visvangst

dinsdag, 7 november 2017
De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 4 november 2017


Wonderbare visvangst

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ik heb het aan den lijve ervaren.

Tijdens de visserijdagen van Workum mag ik mee een weekje ouderwets vissen op het IJsselmeer. Zoals ze dat vroeger deden: enkel met het zeil de netten uitzetten en zien binnen te halen in stevige herfstbries en flinke golven. Want een motor hadden de vissers vroeger ook niet.

Zo ongeveer dus als Jezus’ leerlingen Petrus en Jacobus destijds op het meer van Galilea hun kostje bij elkaar moesten zien te scharrelen. De hele dag hard werken in weer en wind, en je hebt geen idee of de moeite loont of niet.

Op de dinsdag zitten de netten vol met waterplanten en een enkele krab. Geen vis te bekennen. Maar je bent visser of niet, het kan een keertje misgaan. En we hebben ons goed voorbereid, dus we zetten ons over onze teleurstelling heen, maken de netten weer in orde en zetten ze opnieuw uit.

De volgende dag halen we gespannen de boel voor de tweede keer binnen. We hebben zowaar een aantal snoekbaarsjes gevangen. Ze blijken alle ver onder de maat, dus weer is, op die enkele krab na, de vangst nul komma nul. Met lege korven varen we naar de woensdagse veiling, en hebben niets in te brengen dan lege briefjes.

Later in de middag vaart ons schip weer uit en tegen het donker belanden de netten voor de derde keer deze week in zee. Onderdeks snort het kacheltje, gaat de jeneverkruik open en beseffen we dat we geen kans meer maken op de ‘zilveren brijlepel’, de hoofdprijs van deze visserijweek.

Toch kruipt het bloed nog altijd waar het niet gaan kan: onze schipper droomt deze nacht van de toespraak die hij moet houden, zaterdag als hij de lepel in ontvangst mag nemen. Ach ja, moed en vertrouwen zijn voor de oude vissers altijd belangrijk geweest. Daar getuigen scheepsnamen als ‘Hoop op zegen’ van.

Donderdagmorgen halen we opnieuw de netten binnen. De vangst is zo groot dat de korven om de vis te bergen niet aan te slepen zijn. We werken ons in ’t zweet en de stemming stijgt ten top. We besluiten de netten hier opnieuw uit te zetten. De dag erna halen we op en maken voor het eerst in onze loopbaan mee dat wij tot onze knieën in de vis staan.

U begrijpt: Het eind van het lied is dat onze schipper op zaterdag bij de uitreiking van de hoofdprijs de toespraak houdt die hij al geoefend heeft in de nacht dat wij hem voor gek verklaarden.

Ik begrijp: het wonder van de grote vangst destijds op het meer van Galilea is niet dat Jezus het hele net kon volkrijgen. Het wonder is dat mensen die met grote tegenslag te kampen krijgen gewoon doorgaan, op hoop van zegen. Dat hebben we aan den lijve ervaren.