Nieuws & Activiteiten
 

De column van Wim Beekman: De hoeder

dinsdag, 6 februari 2018
Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 3 februari 2018


De hoeder

Hij is 92, huisarts en nog alle dagen aan het werk in zijn praktijk. In de tv’documentaire ‘De hoeder’ zie je hem zijn dagelijkse ronde doen. “Hij kent de zijnen en de zijnen kennen hem”, is de klassieke tekst die door mijn domineeshoofd schiet.

“De wond geneest goed”, zegt hij tegen een patiënt van 102 jaar oud die nog altijd op zichzelf woont. “Met je verjaardag is je arm wel genezen, denk ik.” Hij verbindt de wond en regelt en passant huishoudelijke hulp. Hij is dokter, praktijkondersteuner en wijkverpleegkundige tegelijk.

Bij de volgende patiënt, eveneens op leeftijd, die het heldere zicht op de werkelijkheid verloren heeft, schuift hij zijn stoel dichtbij en pakt haar hand vast. “Het is weer donderdag, dan kom ik altijd bij u langs. Wat zijn uw nagels mooi gelakt. Hoe gaat het nu met u?”

Hij beoefent zijn vak op de ouderwetse manier. Schrijft met de hand bij elk bezoek een regel in de statuskaart. Er ligt een stapeltje in zo’n plastic huishoudmandje op de stoel naast hem. Aan het eind van de werkdag doet hij alle kaarten op alfabet weer in een van de vele archiefdozen.

“Old school” noemt een jonge vrouw de manier waarop hij haar rechteroor uitspuit. Geen camera verbonden met een beeldscherm waarmee je in het oor kijkt en meteen de verontreiniging weg kunt zuigen. Maar een handlampje en een ouderwetse oorspuit met groene zeep. Het resultaat is er niet minder om.

Zijn denkbeelden zijn geheel van deze tijd. De ernstig zieke vrouw die aan het eind van haar latijn is gekomen, hoort hij aandachtig aan: “Wat vindt u dokter? Ik wil niet meer, en nu is ook mijn been gebroken. Ik kan niet langer”. Gelaten buigt hij het hoofd: “Ik vind dat moeilijk als dokter, en dat weet u ook wel … maar ik zal de procedure in gang zetten.”

Met de zin van zijn eigen leven heeft hij geen moeite. Deze grootste vraag van onze tijd heeft hij ruim zestig jaar geleden al opgelost: “Ik zat in het verzet en werd gevangengezet, samen met een huisarts die ter dood veroordeeld was. ‘Als ik hier uitkom’, dacht ik, ‘word ik huisarts en ik ga er mee door zolang ik dat kan.’”

Hij rijdt auto als een zeventiger, oogt fit als een zestiger, en gaat als een vijftiger door de knieën om een voet te onderzoeken. “Denk je dat jij de 93 haalt”, vraagt zijn vrouw hem langs haar neus weg. “O, ja”, antwoordt hij een beetje afwezig. Het lijkt niet echt van belang.

Van belang is zijn dagelijkse ronde. Zijn lot, zijn leven en zijn doel als hoeder. Zo goed als mogelijk voert hij zijn mensen “naar grazige weiden en rustige wateren”, om nog een klassieker aan te halen.

Geschreven over de Goede Herder daarboven, maar niet minder geldig voor alle goede herders hierbeneden.