Nieuws & Activiteiten
 

De column van Wim Beekman: Tijden

dinsdag, 3 oktober 2017
De wekelijkse column van Wim Beekman, gepbuliceerd in de Leeuwarder Courant van 30 september 2017


Tijden

“Wil je me niet ophemelen in de rouwdienst. Ik heb gewoon m’n best gedaan om te leven. That’s it.” We spraken elkaar twee weken voor de dag van de begrafenis; hij zat aan de keukentafel, net thuisgekomen uit het ziekenhuis om te sterven.

Dan valt er veel te regelen, zeker voor hem die de regie altijd graag in handen hield. “In de dienst ‘Abba, Vader’, dat is mijn favoriete gezang. En ‘Daar ruist langs de wolken’, ook mooi.

Wil je alsjeblieft je witte toga aan trekken, en niet die zwarte die je meestal aandoet bij een begrafenis. Aan dat sombere ding heb ik altijd een hekel gehad. De dienst zelf graag een beetje een mix van klassiek en modern, en verder regel je het maar met de familie.

O ja, een Bijbelgedeelte weet ik ook: dat mooie stuk van Prediker, hoe gaat dat ook al weer?” “Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel”, probeerde ik. “Dat ja”, reageerde hij, “want zo gaat dat in het leven.”

Zo was het in ieder geval in zijn leven gegaan. Dat kende verschillende tijden. Hij was geboren in dit dorp, en er opgegroeid. Later uitgevlogen naar het Westen van het land, en daar zijn eigen gezin grootgebracht. Dat was de tijd van ‘geen tijd’ geweest.

Tijd van hard werken. Drukke baan, en daarnaast schilderen bij jan-en-alleman. Tijd van nooit thuis, geen aandacht voor vrouw en kinderen, want er moest brood op de plank komen. Tijd van jachten en jagen en stress.

Tot zijn hart opnieuw getrokken werd naar het dorp van zijn jeugd, en daar vond hij ‘alle tijd’. Tijd van rust voor zichzelf. Tijd van aandacht voor vrouw en kinderen, en voor de kleinkinderen. Wanneer hij over hen sprak, begonnen zijn ogen te twinkelen. Voor hen maakte hij een zee van tijd. Kon hij inhalen wat hij vroeger had laten liggen.

Hij stond klaar voor het dorp, en het dorp stond klaar voor hem. Jong en oud, ziek en gezond, arm en rijk – niemand deed ooit tevergeefs een beroep op hem en zijn vrouw. “Een onwijs gouwe tijd, en we vonden het nog prachtig ook”, zei ze.

Toen ik hoorde dat hij ongeneeslijk ziek was, kwam de dichtregel van Jean Pierre Rawie bij me boven: ‘Het is zoals de ouden zeiden, de besten gaan altijd te vroeg’. Hij had daar zelf niet zo’n moeite mee. “That’s it”, zei hij eenvoudig.

“Zo gaan die dingen. Ik geloof namelijk niet dat dood gewoon dood is. Ik geloof in een hemel en een aarde en een hel. En vooral in een hemel en een hel op aarde. Daarom heb ik altijd mijn best gedaan.”

Zo hebben we hem deze week begraven. En nou maar hopen dat ik hem niet te veel opgehemeld heb. En indien wel: that’s it.