In Geen categorie

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 12 mei 2018

Zakdoekjes

Ons kerkgebouw heeft nog zo’n ouderwetse herenbank. Met een schot tegen de muur, een afdak boven het hoofd en een deurtje om de bank af te sluiten. Op de voorkant prijkt een uit het hout gesneden wapenschild uit vroeger tijden.

Hier zat vroeger de adellijke heer met zijn gezin, enigszins op afstand van het kerkvolk. Tegenwoordig zit hier onze ouderling. Aan het begin van de kerkdienst, wanneer zij het welkom uitspreekt en de mededelingen doet, mag ik even op haar plaats zitten. Daarna wisselen wij stuivertje en leid ik de dienst vanachter de lessenaar.

Laatst op een zondagmorgen schoof ik deze bank in en meteen viel mijn oog op een stapel papieren zakdoekjes die zo te zien stuk voor stuk goede dienst gedaan hadden, met daarnaast het lege cellofaantje waaruit de hele stapel afkomstig was.

Even verwonderde het papierbergje mij. Ons kerkgebouw wordt altijd keurig schoongehouden en zelden ontglipt er iets aan het oog van onze propere vrijwilligers. Toen schoot mij door het hoofd: “Hier hebben eergisteren de kleinkinderen gezeten.”

De week ervoor hadden wij een rouwdienst in onze kerk. De kerk was afgeladen vol, want de overledene was een geliefd lid van onze gemeenschap van dorp en kerk. De familie zat voor in de kerk en al de kleinkinderen hadden een plaatsje gevonden in de ouderlingenbank.

Ze zaten krap daar, want deze herenbank biedt plaats aan vijf, en zij waren met z’n zessen. Dat lukte allemaal wel, want ze waren heel verdrietig, zochten troost bij elkaar en kropen de hele dienst dicht tegen elkaar aan. Meteen snapte ik dat de zakdoekjes die ik de zondagmorgen daarna onder in deze bank aantrof, van hen waren.

“Wat mooi”, dacht ik. Want ik hoop altijd dat mensen die afscheid nemen van een geliefd gezinslid verdrietig kunnen zijn, en durven zijn. Dat is voor kleinkinderen nooit een probleem. Waar volwassen kinderen zich wel eens generen voor hun tranen, durven kleinkinderen die van hen vrijuit te laten vloeien.

Zo hoort het ook. Tenminste volgens professor Wim ter Horst. Hij schreef ooit het boek ‘Over troosten en verdriet’. Als hoogleraar pedagogiek, en als ervaringsdeskundige. Wim ter Horst heeft vele dierbaren aan de dood verloren. “Zoveel”, zei hij, “dat ik een boek geschreven heb om mijzelf te leren met verdriet om te gaan:

Verdriet is één van de weinige antwoorden die een mens heeft op het leed dat haar of hem overkomt. Wanneer lijden jou treft, kunt je maar een paar dingen terug doen: bevriezen en verkillen, boos worden en opstandig zijn, verbitterd zijn en cynisch worden – en verdrietig zijn. Niets is slecht, zo heb ik geleerd, maar verdriet is volgens mij het beste antwoord.” Tot zover Wim ter Horst.

Sinds ik hem een lezing hoorde geven tijdens mijn opleiding, en ik zijn boek las, ben ik opgelucht als mensen verdrietig kunnen zijn. En blij met elke stapel papieren zakdoekjes.