In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 22 juli 2017

Voorbijgaan

De verslaggever die onderzoek deed naar de man die beroofd was en voor dood achtergelaten, sprak als eerste de priester aan: “Eerwaarde, als ik u vragen mag: waarom bent u het slachtoffer zonder te helpen aan de overkant van de weg voorbijgegaan?”

De priester keek peinzend voor zich uit. “Weet u, die vraag heb ik mijzelf ook vele malen gesteld. Waarom ging ik de gewonde man voorbij? Waarom neem ik mij voor Godsdienstig en menslievend te zijn, en laat ik verstek gaan als het erop aankomt?

Natuurlijk had ik mijn excuses. Die man leek reeds overleden. En als priester mag ik geen contact hebben met dode mensen. Dat maakt mij onrein en dan kan ik geen dienst meer doen in de tempel. Ook is daadwerkelijke hulpverlening niet zozeer mijn taak, maar die van onze ondergeschikten. Bijvoorbeeld van de Leviet die na mij kwam.”

Dus stapte de verslaggever naar de Leviet en stelde hem dezelfde pijnlijke vraag: “waarom ging u eigenlijk aan de overkant voorbij?” Deze putte zich uit in verontschuldigingen, want hij schaamde zich diep.

“U moet weten, op zo’n moment moet je in een oogwenk een besluit nemen. Was die man nog te helpen? Hoe zat het met mijn eigen veiligheid; waren de rovers nog in de buurt? Zal ik wel; zal ik niet? En voor ik er erg in had ging ik al aan de overkant van de weg voorbij.

Nu zijn wij slechts ondergeschikten van de priesters. Wij mogen niet zelfstandig besluiten nemen. Wij zijn hulpkrachten en hebben leiding nodig. En voor mij liep de priester die haastig voorbijliep.

Ik dacht nog: als mijn eerwaarde voorganger voorbijgaat, zal de man wel gestorven zijn. Als hij niet meer helpen kon, hoe zou ik dan? Maar had hij hulp geboden, dan had ik zeker assistentie verleend.”

Het viel niet mee de Samaritaan te vinden tussen al het volk dat op de been was, maar uiteindelijk vond de verslaggever hem. “Heer Samaritaan, u wordt wel ‘de barmhartige’ genoemd. Kunt u mij daar meer over vertellen? Hoe wordt een mens barmhartig?”

De Samaritaan schuifelde wat ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer. Hij voelde zich met de zaak verlegen. Joden en Samaritanen staan niet bepaald op vriendschappelijke voet met elkaar. En als zijn daad in de krant zou komen, had hij thuis veel uit te leggen.

“Eerlijk gezegd was ik niet van plan me met die man te bemoeien. Als men mij, een Samaritaan, bij een neergeslagen Jood zou treffen – op Joods grondgebied – zou ik in grote moeilijkheden kunnen komen.

Maar ja, die man lag daar dood te gaan. En voor ik wist was ik al van mijn ezel af. Ben ik daardoor dan zo barmhartig? Het verschil tussen goed en niet goed zit maar in klein hoekje. Misschien was het vooral mijn eigen hart waar ik niet aan voorbijging. Ben ik een ‘hartige Samaritaan’.