In Geen categorie

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 3 maart 2018

Voor de eendjes

Mag je het brood dat over is bij het Heilig Avondmaal na afloop van de kerkdienst aan de eendjes voeren? Hierover hebben we onlangs gesproken in onze kerkenraad. Een gewetensconflict.

Vanaf mijn begintijd als dominee herinner ik me gewetensconflicten rondom de avondmaalsviering. Het grootste was of de kinderen aan dit heilig sacrament mochten deelnemen – gelukkig mag dat nu bijna overal – en het kleinste is dit.

In een vorige gemeente was ik altijd degene die zich over het overgebleven avondmaalbrood ontfermde. Wij hadden kippen, en wat overschoot van de tafel des Heren was voor onze hennen.

Nu begrijp ik best dat er in onze gemeente kerkgangers zijn die het niet gepast vinden dat stukjes ‘heilig brood’ meteen na afloop van de dienst ‘over de brug gekiept worden’.

Het raakt aan een grotere vraag in dit verband.

Wij betrekken het brood van de bakker en kopen de wijn bij de supermarkt, maar in de dienst vieren wij dat brood en wijn ‘lichaam en bloed van de Heer’ zijn. Nog sterker, ik deel het brood en zeg bij elk stukje dat ik overhandig: “Lichaam van Christus”. Is het nu echt zijn lichaam?

Ook hier soms gewetensconflicten. Zo was er de oudere, lieve vrouw die moeite had met mijn woorden. “Protestanten geloven toch niet, zoals rooms-katholieken, dat het brood werkelijk verandert in het lichaam van de Heer?”

Ik legde haar uit dat mijn woorden enkel een krachtig symbool onderstrepen, en overigens letterlijk zo in de bijbel staan. “Neemt, eet, dit is mijn lichaam”. En ik vroeg haar of ze van een geliefde wel eens een bos rozen had gekregen.

“Jazeker”, zei ze, terwijl haar ogen begonnen te stralen, “toen mijn man mij ten huwelijk vroeg, gaf hij mij één dieprode roos. ‘Het symbool van onze liefde’, zei hij daarbij. Ik heb die roos voorzichtig gedroogd en hem altijd bewaard.”

“Is het dan niet gewoon een bloem, als alle andere?”, vroeg ik haar. “Ja”, zei ze nadenkend, “misschien wel, maar voor mij is het ook veel meer. Ik beleef daarin de liefde van mijn man voor mij.”

“Zo werkt het met onze kerkelijke symbolen ook”, legde ik uit. “Avondmaalsbrood is helemaal een gewoon stukje brood, maar in de viering van de tafel van de Heer is het ook helemaal het lichaam van de Heer.”

Het geloof leeft van symbolen. Die beleven we als gewone dingen, maar ook als heilige werkelijkheid. Een barmhartige Samaritaan; een verloren zoon; water; brood en wijn. En voor sommige gelovigen kunnen wonderlijke gebeurtenissen als ‘lopen over het water’ en ‘doven de oren openen’, symbool staan voor hun eigen leven. Ze worden dan echt waar.

Dus misschien moeten we maar even wachten totdat de kerkgangers huiswaarts gekeerd zijn voordat wij het ‘brood des hemels’ aan de eendjes geven. Maar het mag over de brug gekiept worden. Jezus zelf sprak over ‘de vogelen des hemels’.