In Geen categorie

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 7 april 2018

Thomas

Met zijn eeuwige twijfel heeft de apostel Thomas zich onsterfelijk gemaakt. Gelovige of atheïst, iedereen kent de ‘ongelovige Thomas’. Hij zegt wat velen van ons vaak denken: “Als ik niet zie (…), zal ik geenszins geloven”.

Deze beroemde discipel is niet de meest vooraanstaande leerling van Jezus. Liefst blijft hij wat op de achtergrond. Een groot woord, zoals bij Petrus of Paulus, zullen we van Thomas niet snel horen.

Maar hij is wel een kerel uit één stuk. Wanneer Jezus zijn kameraden vertelt dat hij naar Jeruzalem gaat om daar te lijden, en zij bijna allen in paniek raken – “Dat nooit, Heer!” – is Thomas de enige die enkel kort en krachtig zegt: “Laten we naar Jeruzalem gaan om met hem te sterven.” In de nood leer je je vrienden kennen.

Thomas wordt ook wel ‘Didymus’ genoemd, Grieks voor ‘tweeling’. Van Thomas waren er dus twee. Hij zal een broer gehad hebben – of een zus – met wie hij samen is opgegroeid. Die op hem lijkt misschien. Thomas is de helft van een dubbel.

Mooi beeld eigenlijk. Niets is eenduidig, niemand eenvoudig. Ik heb altijd iets van een dubbel in mij. Nooit ben ik alleen maar een overtuigd gelovige; nooit enkel een aartstwijfelaar.

Eerlijk gezegd geloof ik de supergelovigen niet bij wie je nooit maar een spoortje van twijfel kunt ontdekken. Zoals ik ook altijd mijn twijfel heb bij atheïsten die van de daken verkondigen dat zij helemaal niets hebben met geloven en godsdienst.

En wees gewaarschuwd wanneer ik alle dubbelheid buiten de deur tracht te houden. Als ik met grote stelligheid mijn overtuiging inbreng, dan heb ik vaak, zonder dat ik het door heb, iets van mijn onzekerheid te verbergen.

Is het met de liefde soms niet net zo? Nooit alleen maar ‘houden van’, zonder een streepje aarzelingen. En andersom: niet enkel hartgrondige afkeer die je voelt. Maar vaak ook een glimpje bewondering, al durf je dat zelden toe te laten.

Thomas heeft in de Bijbelverhalen onverhuld twee kanten. Hij twijfelt als geen ander ooit getwijfeld heeft: “Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.”

En als Jezus hem dan tegemoet komt: “Kom, zie en voel, Thomas”, dan spreekt de meest ongelovige van zijn leerlingen de kortste en krachtigste belijdenis van de bijbel: “Mijn Heer, mijn God”. Thomas is een mens van ’het kan verkeren’.

In de loop der eeuwen heeft de apostel van de twijfel in de kerk een eigen feestdag gekregen; de zondag na Pasen. Traditiegetrouw wordt dan in veel kerken zijn verhaal gelezen.

Dan ga ik er even voor zitten, want Thomas is mijn man. Misschien meer dubbel dan voor een apostel betamelijk is. Maar hij leert mij dat geloof en twijfel, ja niets menselijks, ooit absoluut is.