In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 28 oktober 2017

Onze doden

Komende woensdag 1 november is het Allerheiligen en de dag erna Allerzielen. Op beide dagen staan gelovigen stil bij wie hun heilig zijn – de dierbare gestorvenen die ‘op een of andere wijze’ bij God zijn. Dat geeft rust aan het hart.

Soms is er dan onrust in het hoofd: Waar zijn onze doden? Hoe is het leven na de dood? Lastige vragen, waar we niet een sluitend en bevredigend antwoord op krijgen.

Onlangs spraken we in een gespreksgroep van onze gemeente over ‘leven na de dood’. Vroeger zouden we vooral de antwoorden van de geloofsleer hebben laten spreken. Nu spraken ook onze vragen een belangrijk woord mee.

Soms stellen mensen mij zulke vragen: “Jij bent dominee, weet jij daar misschien meer van?” Nee, ik weet daar niet meer van. Ik weet wat de kerk in de loop van de eeuwen heeft geleerd over hemel en hel. Dat is veel en loopt uiteen van kerk tot kerk.

En ik weet dat de Bijbel zelf maar weinig vertelt over het leven na de dood. Ook dit is heel verschillend. Het Oude Testament verhaalt over een dodenrijk ergens onder in de aarde. En bij de profeet Ezechiël is er een dal vol beenderen, waarvan hij droomt dat die weer levend worden. Maar het is duidelijk een droom.

Anderen dromen van een rivier die heel de aarde vruchtbaar maakt. Bomen die twaalf keer per jaar vrucht dragen. Die dromen gaan over een gewoon ‘aards land’ waar het leven goed is. En ieder zit tevreden onder de eigen vijgenboom. Als ik heden ten dage Syriër was, zou ik van dat soort dingen dromen.

In het Nieuwe Testament zijn weer andere beelden. Jezus schetst in een gelijkenis het beeld van de arme Lazarus die door engelen naar de hemel wordt gedragen en bij Abraham op schoot zit. Maar het is een gelijkenis en vertelt niet hoe het precies zit.

Dan zijn er de verhalen over de opstanding; mooi en troostend. Maar ook divers en vol geheimen. Aan het einde van de Bijbel vinden we het beeld van een nieuwe stad Jeruzalem die uit de hemel neerdaalt. En van God die bij de mensen komt wonen en hun tranen met zijn eigen zakdoek afveegt.

In de Bijbel buitelt het ene beeld over het andere en deze beelden zijn allemaal anders. Het blijven gelijkenissen en dromen – ze vertellen nooit precies hoe het zit. Ja, ze vertellen ons dat het op het einde goed komt: Het rijmt pas op het eind.

Over het einde geeft de Bijbel ons geen antwoorden op de vragen van het hoofd. Wel rust voor het hart. Zoals één op de gespreksgroep het verwoordde: “Ik geloof dat ik in mijn leven in de handen van God ben, en in mijn sterven in deze goede handen zal blijven. En voor de rest maak ik me er niet druk om.”