In Geen categorie

De column van Wim Beekman gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 10 juni

Ons zusje

‘Ons kindje’, noemde mijn moeder haar wanneer zij sprak over ons zusje. Vier jaar was ik, de dag dat zij werd geboren en ook stierf. Mijn vader kwam ons ophalen bij de tante waar wij logeerden om de geboorte van het nieuwe kindje af te wachten.

Het was de enige keer dat ik als kind onze vader zag huilen. Eventjes. Toen vermande hij zichzelf en vroeg ons niet met mama over het kindje te spreken. Dat had de dokter hem gezegd – het zou te verdrietig voor onze moeder zijn.

Onze moeder sprak later wel met ons over het zusje. Dat ze het kindje van de kraamzuster niet mocht vasthouden na haar geboorte. Omdat zij zich anders aan haar zou hechten en later des te meer verdriet over haar hebben. Zij vertelde ook hoe zij kraamzuster en huisdokter trotseerde: “Ik wíl het vasthouden. Het is míjn kindje.”

Zo ging dat ruim een halve eeuw geleden. Het meisje is dezelfde dag nog begraven. Door de begrafenisondernemer en onze vader, die haar droeg in een kistje onder zijn arm. Zij hebben samen het Onze Vader gebeden en haar toen in haar grafje gelegd.

De dominee is bij onze moeder gebleven; zij had zijn steun het meest nodig, dacht hij. Ik hoop vurig dat hij ons zusje, voordat zij door onze vader uit huis werd weggedragen, zijn zegen heeft meegegeven.

Het grafje heeft nooit een steentje gehad met een grafschrift; enkel een paaltje met een nummer. Gelukkig had ons zusje een moeder die altijd aan haar dacht. En elk jaar op haar geboorte- en sterfdag haar bestaan noemde: “Vandaag zou ons kindje jarig zijn geweest. Jullie zijn nu met z’n drieën, maar voor mij hebben we altijd vier kinderen.” Onze moeder hield ons zusje levend in onze gedachten.

Zij leefde voort ook in het verdriet dat wij soms bij haar zagen. Bijvoorbeeld wanneer zij vertelde over de winkel waar je kinderwagens kon kopen. En waarvoor zij altijd een straat omreed als zij naar het dorp fietste om boodschappen te doen.

Onze vader sprak nooit meer met ons over het gestorven zusje. Tot twee weken voor zijn eigen sterven. Wat wij nooit hebben geweten, werd toen duidelijk: ook onze vader heeft altijd verdriet gehad over het sterven van zijn derde kindje.

Toen we zijn begrafenis voorbereidden, vonden we in achter in de trouwbijbel van onze ouders een aantekening van onze moeder: “Grafje van ons kindje: E 178.”

We hebben toen ons zusje uit haar grafje laten nemen en haar bij de begrafenis van onze vader in het graf van onze ouders bijgezet. Op de grafsteen staat te lezen ‘Onze ouders’ met hun namen; en daaronder ‘Ons zusje’, met de dag van haar geboorte en sterven.

Haar naam konden wij niet schrijven. Gelukkig staat in de Bijbel dat ieders naam gegraveerd is in de handpalmen van de lieve Heer.