In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 20 mei 2017

Mooie begrafenis

Voor ik het weet zeg ik bij de deur: “Een mooie begrafenis straks”. Gelukkig tegen een collega – die zal begrijpen wat ik bedoel: begrafenissen horen tot de mooiste taken van een dominee.

Dat is niet wat de mensen denken. Ze denken dat een bruiloft het hoogtepunt is van ons werk. En een doopdienst. Jazeker, die zijn goede tweede. Maar een begrafenis geeft de meeste voldoening. Zelden kom ik een collega tegen die er anders over denkt.

Ik heb het niet over de zeer verdrietige begrafenis: die van een mens in de bloei van het leven. Of nog erger, van een jongere of van een kind. Hun begrafenissen vormen de zwaarste momenten in het ambt van de predikant.

Een mooie begrafenis is er een die niet enkel verdrietig is. Een afscheid van wie het leven als ‘voltooid’ ervaren, zoals we dat tegenwoordig zeggen. In de Bijbel heet dat oud en der dagen zat – oud en van dagen verzadigd: zo is het geweest en zo was het goed.

Ook bij die begrafenissen is er verdriet overigens. Vroeger liep ik als dominee achter de baar door het dorp naar het kerkhof. Mijn zoon – een jaar of zes jong – zag mij gaan en vroeg bij thuiskomst: “Papa, was het een verdrietige begrafenis? Moest er wel iemand huilen?” Toen ik bevestigend knikte, zei hij: “Mooi, als ik later begraven word, hoop ik dat ze huilen”. Hij draaide zich om en ging verder met spelen.

Bij een mooie begrafenis is er én verdriet, én dankbaarheid. Voor goede en kwade dagen. Voor liefde en voor last. Voor zorgen om, en zorgen voor. Voor een voldragen leven met alles erop en eraan. Op een ‘mooie begrafenis’ kun je het leven nemen zoals het geweest is; kun je de mens van wie je afscheid neemt, aanvaarden zoals hij of zij was.

Mijn taak daarbij is mooi en zinvol: goed luisteren naar degenen die van iemand afscheid nemen, en goed horen naar het verhaal van de overledene. Om dan bij het afscheid de gestorvene zo te gedenken en te schetsen dat hem of haar recht gedaan wordt.

De kunst daarbij is én eerlijk, én mild te zijn. Met haar de hemel in prijzen doe je de dode geen recht; met hem het graf in preken evenmin. Met onze woorden brengen we iemand tot aan de hemelpoort. Daar neemt de lieve Heer het over, en die is eerlijker en milder dan wij met z’n allen bij elkaar.

Op een mooie begrafenis zijn kinderen en kleinkinderen de mooiste sprekers. Die zijn met hun ouders en grootouders vertrouwd geweest als niemand anders. Zij kunnen eerlijk en mild zijn als geen ander.

Als ik overmorgen sterf, hoop ik dat ik oud en der dagen zat zal zijn. Dat ze huilen op mijn begrafenis. En dat mijn kinderen en kleinkinderen mild en eerlijk over me zullen wezen.