In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 1 juli

Voorzichtig schuifelt hij achter zijn rollator door het huis. De hoge jaren hebben hem slechtziend gemaakt. De krant lezen lukt niet meer en op de televisie kan hij enkel lichte en donkere vlekken onderscheiden. Een mooi boek zit er al helemaal niet meer in.

Schrijven mist hij nog het meest. Dat deed hij vroeger graag en veel. Hij verstond de kunst zijn gedachten en gevoelens weloverwogen en duidelijk op papier te zetten, en daarmee dicht bij het hart van de ander te komen. Een brievenschrijver van de oude stempel.

Wekelijks schreef hij meerdere brieven naar familie en vrienden, in binnen- en buitenland. “Nu bel ik elke zondag met mijn broer overzee en het is mooi elkaars stem te horen. Maar een brief is meer intiem. Ik dacht erover na terwijl ik hem schreef. De antwoordbrief las ik drie, vier keer over.”

Slechts enkelen van zijn generatie zijn nog in leven. Maar er zijn veel lieve mensen die naar hem omzien. Daar teert hij op. Zelf komt hij nauwelijks de deur nog uit. “Ik ben afhankelijk geworden van wie bij me komt en wat men mij brengt.”

Zijn leven lang heeft hij met de Bijbel geleefd. Nu het lezen hem niet meer lukt, lees ik hem aan het eind van mijn bezoek een stukje voor:

Jezus zei tot hen: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.

Hij knikt: “Dat is me eigenlijk nooit opgevallen. Zo is de ouderdom. Je moet gaan waarheen de dagen je voeren en de mensen je brengen. Ik moet aanpassen en aanvaarden.”

Nooit heb ik hem durven vragen of hij, ruim in de negentig nu, zijn leven voltooid vindt. Zoals ik hem ook niet heb durven voorstellen naar een plek in een verzorgingshuis om te zien. Op mijn vraag of de dagen niet stil worden, antwoordt hij steevast met de woorden van Koningin Wilhelmina: “ik ben eenzaam, maar niet alleen”.

Als ik hem vraag wat hij zoal de hele dag doet, tast hij naar het radiootje op de hoek van de keukentafel: “dit is mijn grote vriend.” Vervolgens praten we samen over het nieuwe kabinet dat er nog steeds niet is, over het dorp en over de kerk. Hoezo voltooid leven?

Laatst overkwam hem een ongelukje met een groot gevolg: ernstig bloedverlies. Men heeft hem van het randje van de dood weggehaald. In het ziekenhuis zei hij: “Ik zag de hemel al open, maar ik mag hier gelukkig nog even blijven. Ik hoop dat ik terug kan naar mijn eigen huisje.”

Stiekem hoop ik dat ik ook oud mag worden. En dan aan hem denken. Hopelijk heb ik iets van hem geleerd: de levenskunst van aanvaarden en aanpassen.