In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 29 april 2017

Koning

“Kijk, ik vond mezelf niet lastig. En mijn ouders vonden zichzelf niet lastig. Maar we vonden elkaar wel lastig.” Aldus koning Willem Alexander in deze krant van vorig weekend. Hij spreekt openhartig over zijn pubertijd.

Het lijkt me een hele troost voor ouders en pubers. Je doet wat je wilt en je houdt van elkaar, maar het loopt voor geen meter. Ben jij nu de enige met zulke ouders, of kinderen? Welnee, ‘Koning, keizer, admiraal; puber waren ze allemaal.’

Ik vind de monarchie een mooi symbool. “Het koningshuis en het weer is zo’n beetje het enige dat wij als Nederlanders samen delen”, aldus een verslaggever deze week. Het staatshoofd zou natuurlijk ook best een president kunnen zijn, zoals in zoveel andere landen. Maar ik betwijfel of we daar zoveel beter mee af zijn. Bovendien, steeds weer een nieuwe president, dat kost pas echt een vermogen.

Ik ben niet zo van de glamour en de glitter die een koningshuis omgeven, dat mag van mij allemaal wel wat minder. Gelukkig vond onze koning dat als puber zelf ook, getuige zijn wat recalcitrante uitspraak: “Dinsdag mag ik weer naast moeder in een gouden caravan Den Haag rondgetrokken worden.” Willem Alexander blijkt in ruime mate gezegend met een groot gevoel voor humor – misschien wel de grootste zegen in een mensenleven.

In de verhalen deze dagen over Willem Alexander (50) gaat het vooral over de mens achter het koningschap. Die boeit me. Evenals bij de onderdanen gaat het leven bij koningen niet over rozen. Willem Alexander is gewone, menselijke problemen en moeilijke perioden in zijn leven te boven gekomen.

Depressie, de dood, dementie, schandalen – hij heeft het allemaal in de kring van eigen gezin en familie meegemaakt voor hij Abraham zag. Willem Alexander is een mens gebleken als wij. En als volk zijn we in grote meerderheid blij met deze menselijke koning en koningin.

Mijn favoriete koningsverhaal uit de Bijbel is dat van de jonge, wat verlegen Saul. Tegen wil en dank wordt hij aangewezen als de nieuwe koning en verstopt zich tussen de bagage. Na de verplichte plechtigheden keert hij meteen terug naar de boerderij van zijn vader. Mens tussen de mensen. Tot rovers het land aanvallen, dan staat hij als een echte koning pal voor zijn mensen.

Saul doet mij denken aan de lijfspreuk van prins Willem van Oranje, de stamvader van het huis van Oranje:

‘‘De ondersaeten (onderdanen) zijn niet van God geschapen ten behoeve van den prince, om hem in alles, ‘t zij goed of kwaad, recht of onrecht, onderdanig te zijn en als slaven te dienen, maar de prince is er ten behoeve van de ondersaeten, zonder dewelcke hij geen prince en is, om hen met recht ende redenen te regeeren.’

Dat is de echte zegen van het koningschap en die wens ik Willem Alexander en allen die ons regeren van harte toe.