In Geen categorie

Gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 21 april 2018

Je laatste dag

Leef, alsof het je laatste dag is, leef, alsof de morgen niet bestaat … Het zinnetje komt ’s ochtends voorbij in een reclame, en blijft de verdere dag in mijn hoofd rondzingen. Aansprekende melodie en meeslepend ritme. Maar waarom blijft juist de tekst hangen?

Vanwege de vraag die Hazes junior bij me oproept, denk ik. Hoe zou ik mijn laatste dag doorbrengen? Zou ik er een mooi feest van maken, zoals Dré in dit liedje suggereert? Of zou ik als de wiedeweerga nog gaan uitvoeren wat er bovenaan staat op mijn lijstje ‘dingen die ik eigenlijk altijd nog eens had willen doen, maar waar ik nooit aan toegekomen ben’?

Ik denk dat ik vooral niet iets bijzonders zou willen gaan doen. Liever besteed ik mijn laatste dag aan wat en wie vertrouwd is. Dus eerst een vraag op de familieapp of iedereen zo gauw mogelijk thuis wil komen. Deze laatste dag zou ik graag willen doorbrengen met mijn liefsten, met naaste familieleden en enkele goede vrienden.

In afwachting van hun komst zou ik graag doen wat ik alle dagen gewend ben: de krant lezen; een cantate van Bach draaien; wat boodschappen doen; een praatje maken op straat met deze en gene.

Ik zou enkele vertrouwde gedichten gaan lezen: van Rilke, Bloem, en zomaar een paar ergens uit mijn boekenkast. ‘De ploeger’ van Adriaan Roland Holst ongetwijfeld:

Ik zal de halmen niet meer zien

noch binden ooit de volle schoven,

maar doe mij in den oogst geloven

waarvoor ik dien …

Het hoofdstuk uit Prediker lezen, over “alles heeft zijn tijd, en God zoekt weer op wat voorbijgegaan is”. Die mooie psalm waarmee we getrouwd zijn destijds, over “de Heer zal mijn uitgang en ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid”.

Natuurlijk zou ik voortdurend uit het raam kijken om te zien of mijn lieve vrouw al thuiskwam. Met haar zou ik zo graag nog eenmaal het rondje buiten ons dorp lopen dat we al zo vaak gemaakt hebben.

Samen langs het water gaan. Met zicht op de weiden, de vogels en de horizon. Enige woorden tegen haar zeggen die eigenlijk niet nodig zijn, omdat alles immers al gezegd is. Nog even op onze boot zitten mijmeren en een kopje koffie drinken misschien.

En dan snel terug naar huis waar de liefsten allen hopelijk reeds om de tafel zitten. Tijd voor nog één maaltijd samen, een glas wijn en een goed gesprek. Over Luthers uitspraak bijvoorbeeld: “Als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik vandaag nog een boom planten.” Wellicht zouden we nog snel bij het tuincentrum even een boompje kunnen halen.

Ach, gedachten over ‘je laatste dag’ gaan over wat van belang is in je leven, en vooral over wie er belangrijk zijn voor jou. Eigenlijk over ‘de eerste dag van de rest van je leven’. Bedankt Dré.