In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 8 juli

Hel

Eerlijk gezegd heb ik het niet op de hel. Middeleeuwse schilderijen van Jeroen Bosch en boeken van Dante Alighieri, die gaan over de hel. Als dominee vandaag kan ik er niet zo veel mee.

In de Bijbel gaat het vrijwel nergens over de hel. En waar wel wordt er heel verschillend over geschreven. Over het leven na dit leven schrijft de Bijbel sowieso weinig. Ik schat dat nog geen 5 % van de Bijbel over het hiernamaals gaat.

De heilige boeken van India zijn minder terughoudend met de hel. Ik kwam een stevige uitspraak tegen in de Bhagavad Gita – die bracht mij tot deze column: De hel heeft drie poorten: lust, woede en hebzucht. Ga eraan voorbij!

Ondanks mijn bedenkingen bij de hel vind ik dat hier veel waars in zit. Lust, woede en hebzucht kunnen jezelf vernielen. Je medemens ook trouwens. Zij zijn in staat het leven tot een hel te maken.

Op zich is er niets mis met verlangen, boosheid en het vergaren van bezit. Zonder verlangen geen leven; boosheid klaart de lucht zoals een donderbui de hemel; en bezittingen brengen stabiliteit en veiligheid in het bestaan. Maar waar het doorslaat, wordt het hels.

Neem de lust. Ongeremde lust lijdt zomaar tot verslaving. Aan alcohol, drugs, seks, gokken en gamen, of gewoon aan voedsel, overmatige vet en suiker. Waar het uit de hand loopt, verpest het jezelf, en dan hebben we het nog niet over wie die met ons leeft.

En dan de woede. Eén van de zeven hoofdzonden: de toorn. Woede is in staat relaties, verhoudingen, vriendschappen, werk- en woongemeenschappen naar de knoppen te helpen. Langzaam sluipend of heftig explosief verandert het de dagen en de nachten zomaar in een helse bitterheid.

Hebzucht is misschien wel de meest linke. “Ik wil meer, ik wil alles, en ik wil het nu.” Dat verandert je karakter, krijgt je in de macht en ontketent helse krachten. Stress, angst en afgunst staan liefde, gezondheid en geluk in de weg. Je gedroomde hemel gaat over in een hel.

De uitspraak over de ‘drie -poorten van de hel’ doet me denken aan het oude verhaal van de man die alvast mag komen kijken in het hiernamaals. “Kijk, hier is de hel” zegt de engel die hem rondleidt. Verbaasd ziet de man heerlijk gedekte tafels met een rijkdom aan drinken en voedsel. Maar allen die aanzitten lijden honger en dorst. Zij hebben stijve, rechte armen en niemand krijgt het voedsel naar de mond.

“En dit hier is de hemel”, zegt de engel bij de volgende ruimte. Weer ziet de man tafels overladen met eten en drinken. Ook hier zitten mensen aan met stijve, rechte armen. Maar zij eten en drinken in overvloed. Zij reiken elkaar het voedsel aan en brengen het de ander naar de mond.

Zouden alle verhalen over het hiernamaals niet allereerst gaan over het hiernumaals?