In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 20 januari 2018

Goed en fout

“Hij kon mooi preken”, vertellen oudere gemeenteleden over R, een van mijn voorgangers. “Voordat hij dominee werd, is hij advocaat geweest. Een begaafd spreker en een ontwikkeld man.”

En een mens met een verhaal. Je besluit niet zomaar predikant te worden als je een goed strafpleiter bent. R was fout in de oorlog. Na de bevrijding werd hij gevangen gezet, en in het strafkamp is hij theologie gaan studeren.

Omdat hij zich destijds bij de NSB aangesloten had, werd hem verboden ooit nog een publieke functie te bekleden. Dominee worden was zijn uitweg. Hij werd het met hart en ziel.

“Toen ik als jongen een lange periode in het sanatorium verbleef, kwam hij geregeld uit het verre Friesland om mij te bezoeken”, vertelt een gemeentelid. Daar sprak hij met iedereen op zaal, las een stuk uit de Bijbel, hield daar een boeiend verhaal over en deed met ons allen een gebed. “Wanneer komt die dominee van jullie nog eens?”, vroegen mijn maten dan later.”

Had iemand een huis nodig van de gemeente, wilde je vrijstelling van militaire dienst om je ouders op de boerderij te kunnen helpen, dan hielp hij. Hij was immers ook jurist, kon brieven schrijven als geen ander in het dorp en wist hoe je omging met de overheid.

Niemand klopte tevergeefs bij dominee aan, ieder kon bij hem terecht.

Een vrouw op hoge leeftijd vertelt me over ‘de grote brand’. “We woonden vlak bij de kerk en iedereen zei altijd dat wij niet bang hoefden te zijn; de hoge kerktoren zou immers de bliksem aantrekken. Maar in de nacht van zaterdag op zondag sloeg het bij ons in. Onze boerderij ging in vlammen op.

Diezelfde nacht gaf ds. R ons beiden onderdak in de pastorie, die enkele huizen verder stond. Negen maanden zijn we bij hem in huis gebleven, tot onze nieuwe boerderij klaar was. We aten bij dominee en mevrouw aan tafel. Hij maakte mij vertrouwd met klassieke muziek, de band tussen ons is altijd blijven bestaan.

Dominee kwam uit een gegoede familie, zijn vader had nog op tal gestaan om burgemeester van Den Haag te worden. Maar hij stond heel dicht bij ons, dorpsmensen. “Wel zou ik het op prijs stellen als jullie goed gekleed aan de maaltijd verschijnen.” Hij had manieren, ik heb veel van hem geleerd. Een goed mens.”

Mooi, zoals mijn voorganger R, de stadse aristocraat, zich met het dorp en de mensen heeft verbonden. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn geweest voor hem. Voor het dorp ook niet. Een dominee beroepen die fout is geweest in de oorlog zal niet zonder slag of stoot zijn gegaan. Het dorp kent moedige mensen.

Wat zou ik graag nog eens met hen willen praten. Over wat nu eigenlijk goed is, en wat fout. Over schuld en vergeving, en over de wereld die daar achter ligt.