In Geen categorie

De wekelijkse column van Wim Beekman, gepubliceerd in de Leeuwarder Courant van 17 juni.

Glimlachen om jezelf

Het Bijbelverhaal Jona heeft humor. De hoofdpersoon is een eigenwijze betweter en gedraagt zich zo parmantig dat je meteen voelt: overdrijven maakt duidelijk. En wat wordt ons duidelijk? Dat wij onszelf niet al te serieus moeten nemen.

Jona is een profeet, en je zou verwachten dat hij het woord van God ernstig neemt. Jona niet. God draagt hem op te preken in de grote stad Ninevé, “want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend”.

Ninevé, de hoofdstad van het grote Syrië, ligt in het Oosten. Jona weigert dienst en vlucht naar het Westen. Hij scheept zich in en kruipt diep het ruim in. Daar valt hij als een blok in slaap, en weet van de prins geen kwaad meer.

Jona weet het sowieso beter dan God. Laat die Arabieren in het Oosten maar in hun eigen kwaad verdrinken. Het heeft geen zin daar te preken, en hij heeft er geen zin in ook. Als de lieve Heer hem nou met rust zou willen laten …

Daar heeft God nu weer geen zin in. Hij pakt een storm en smijt hem op de zee. Alles in rep en roer. Een kolkende zee en doodsbange zeelui. Alleen Jona slaapt de slaap der rechtvaardigen.

De schipper wekt hem: “Wij vergaan! Sta op, en bid tot jouw God.” Maar daar zit nou juist het probleem, beseft Jona. God gebruikt zware middelen om hem terug de haven in te krijgen en uiteindelijk toch in Ninevé. Dat nooit!

“Dan liever de zee in”, zegt Jona tegen de zeelui, en het eind van het liedje kennen we allermaal: nadat ze tevergeefs hebben geprobeerd het schip te redden, jonassen ze de profeet overboord.

Maar zo makkelijk laat de lieve Heer zich niet door zo’n pedant profeetje ringeloren. Hij ‘beschikt’ een grote vis en deze vist Jona op. Drie dagen en drie nachten zit Jona in de vis te bidden. Dan spuwt de vis Jona op het droge. En het eerste wat de profeet hoort, is: “Kom op, Jona, ga naar Ninevé en ga preken in die grote stad”.

Mooi verhaal. Je gaat er van glimlachen. Om jezelf wel te verstaan. ‘Jona’ betekent ‘duif’, en deze vogel is het symbool van het volk Israël zelf. “Zo zijn wijzelf.” Best knap voor een (Midden-)Oosters volk waar ‘eer’ van levensbelang is. En men niet graag met zichzelf laat spotten.

De vraag die ons altijd puzzelt bij Jona is of het allemaal wel echt gebeurd is, ooit. Belangrijk is dat het nog steeds echt gebeurt, nu. Jona is bevrijdende humor voor als wij onszelf weer eens vreselijk serieus nemen.

Daar staan onze kranten vol mee. Verhalen waarin we onszelf buitengewoon serieus nemen, en voortdurend kritiek hebben op een ander. Over dat laatste gaat trouwens de rest van het verhaal. Het wordt verderop in het verhaal allemaal nog veel mooier met Jona.